Ik ben Nichon Glerum, en werk al 13 jaar voor Oerol. Het is mijn werk om het festival laten zien in al zijn rijkdom: de voorstellingen, de verhalen, het landschap. Soms is dat in de brandende zon, met zand in de lens, soms met regen en wind. Maar altijd met zoveel plezier en een verlangen om dichtbij te komen — bij het hart van de voorstelling en bij het eiland zelf.
Bij deze neem ik je mee door een verzameling bijzondere herinneringen uit mijn archief!

Deze foto van Touki Delphine maakte ik in mijn eerste jaar op Oerol. Het was een voorstelling met een spiegelwand en een soort loopband, vervreemdend en steeds veranderend — op een gegeven moment liep er zelfs een kip op de loopband. Door de spiegels voelt dit beeld als een collage. Onwerkelijk. Wat ik er zo mooi aan vind, is de intensiteit van de acteur zijn houding, met daarnaast de weerspiegeling van het publiek dat uiteenvalt in mensen met allerlei emoties. Er zitten erbij die het niet helemaal begrijpen, die overduidelijk ‘mee moesten van hun vrouw’ die het koud hebben, en die de humor er wel van inzien.
Rond deze voorstelling besefte ik dat theaterfotografie me echt lag — dat ik dit wilde blijven doen. Nu, twaalf jaar later, fotografeer ik bijna alleen nog theater, en dat begon allemaal tijdens Oerol.

Het was de laatste dag van Oerol en we hadden nog geen coverbeeld voor de dagkrant. Deze voorstelling leek veelbelovend, dus na afloop vroeg ik de spelers of ze snel iets met mij in scene wilden zetten. Ze deden het perfect — in drie minuten had ik het beeld te pakken. Ik appte de redactie: dit is ’m, hij komt eraan! Ik sprong op mijn fiets, met de adrenaline van de deadline in mijn lijf, tot er uit het niets een tegenligger op me inreed. Mijn hand lag open en klopte van de pijn, maar the show must go on, die foto moest op tijd binnen zijn. Met bebloede hand leverde ik hem in, en pas daarna fietste ik door naar de huisarts in Midsland. De volgende dag stond de foto op de cover, en ik met m’n hand in het verband terug op de boot.


In 2015 liep het allemaal in elkaar over toen ik een audiowandeling fotografeerde, en er ongeluk precies hetzelfde aanhad als de persoon die we via een scherm moesten volgen. What are the odds? Het publiek raakte ervan in de war: hoorde ik er nou bij?

De Afterpartees waren op het eiland, en we kregen het idee om voor de dagkrant een echte afterparty te fotograferen — in de hot tub, met de band én de hele redactie erbij. Deze fantastische foto is gemaakt door mijn collega Diewke van den Heuvel. Ik sta links vooraan. Wat je niet ziet: het was ijskoud, midden in de nacht, en ik was tien weken zwanger (dus: moe en beroerd). Na dit ene uitbundige moment volgde dus geen feest, maar een hete douche en rechtstreeks naar bed! Het was het omgekeerde van “picture or it didn’t happen” — de foto hebben we, maar de afterparty didn’t actually happen…

Ik zie mezelf niet alleen als fotograaf bij Oerol, maar voel me ook maker binnen mijn eigen vakgebied. Ik had ooit een oude camera om laten bouwen tot infrarood camera, en die nam ik een jaar mee om naast mijn ‘gewone’ foto’s het eiland door die lens te bekijken. Dit decor van een voorstelling waar ik de naam van ben vergeten is favoriet!
Tussen 2016 en 2019 maakte ik voor de papieren dagkrant elk jaar een beeldrijm. Voor de laatste editie van het festival ging ik met een kam door de hele beeldbank, niet op naam of onderwerp, maar op vorm, kleur en compositie. Daaruit ontstonden ‘centerfolds’ waarop Oerol in al zijn diversiteit te zien is — bezoekers, luchten, straattheater, muziek, Westerkeyn, de duinen, alles samen. Een visueel eerbetoon en zó ontzettend leuk om te maken!




Oerol 2020 kon niet plaatsvinden, Corona legde alles plat. Dit openingsbeeld van ‘Valavond’ vatte mijn gevoel aan het begin van de quarantaine goed samen. Via social media verkocht ik zelfs een gelimiteerde oplage aan prints. Geen idee meer waar de voorstelling over ging, maar ik vind dit nog steeds een geweldig beeld.

2021: Het tweede coronajaar op Oerol was een bijzonder jaar. Er was geen publiek, maar wel Oerol voor makers. Voor het publiek was dat jammer, maar als fotograaf vond ik het juist een geweldige tijd. Er was ruimte, rust en vrijheid om te experimenteren, om samen met makers te kijken wat er kon ontstaan. In plaats van afgewerkte voorstellingen kwamen makers met ideeën naar het eiland. Sommigen hadden een half concept, anderen niets meer dan een schets. En daar, tussen de duinen en het zand, groeiden die ideeën uit tot werk. Mijn rol veranderde mee: ik registreerde niet alleen scènes, ik maakte mee — letterlijk. Spontaan, snel, samen.



Eén van die momenten was met twee dansers van Lunatics & Poets in prachtige kostuums. Toevallig waren die ontworpen door een oud-klasgenoot van mij, van toen ik nog mode studeerde. Dat maakte het extra leuk. Deze foto maakten we spontaan, en werd later het posterbeeld van de voorstelling!
Een andere dag fotografeerde ik Gino Cochise bij de Groene Weide. Daar is het -naar Terschellingse standaard- een wat weinig fotogenieke omgeving. Er lag een oud blauw visnet in het weiland, hij arriveerde met een joint in zijn mond, en ik zei: doe maar iets met dat visnet. Zo ontstond een verrassend editorial beeld! En Gino vond het allemaal wel prima.
Elton Kiene, een spoken-word artiest wilde buiten zijn comfortzone leven, en liet zijn telefoon thuis. Mijn collega’s bedachten dat de comfortzone nog wel wat verder uitgedaagd kon worden door hem in een reddingsboot te fotograferen. De KNMI vond het ook leuk en daar gingen we! Over het water, stuiterend, spetters over de rand. Ik probeerde Elton aanwijzingen toe te roepen die hij niet kon horen — maar het werkte. Zijn energie was genoeg. Het leverde een serie op die vol beweging en lef zat, met een beetje gevaar voor zowel fotograaf, geportretteerde als mijn apparatuur.



Celliste en theatermaker Amber Docters van Leeuwen kwam met de onderzoeksvraag: wie is er muzikaler, een schaap of Bach? Op naar de schapenstal dus. Terwijl ze speelde begonnen de schapen nieuwsgierig te snuffelen en vervolgens mee te blaten, alsof het een duet werd. En zo werd de shoot onderdeel van het vooronderzoek. De compositie van de foto klopte precies: haar cello tussen de voederbakken, haar blik onderzoekend, midden in haar eigen experiment.
Zangeres Anne Fay fotografeerde ik op haar slaapschip in West. Ze lag te zonnen toen ik aankwam, en had een geinige zonnehoed op. Ik had een idee: ik ging op het dek liggen en zij zwiepte boven me heen en weer. Het zag er vanaf de kade ongetwijfeld komisch uit, maar de lijnen van het zeil en haar pet vormden samen dit prachtig beeld.

En toen ging de wereld weer open en mochten we weer! Oerol 2023: De grootste tribune die ik ooit zag op Oerol was bij een openingsvoorstelling van Tryater. Vlak voor de premiere testten de spelers positief voor Corona en moest alles afgelast. De man vooraan in mijn foto staat zó uitgelicht dat het achterliggende decor bijna wegvalt — alsof hij in een droomwereld staat. Het was geen bewerkt beeld, maar puur zoals het was, met laaghangende rook, laserlicht en een blik die door je heen brandt. Juist omdat die voorstelling door omstandigheden niet verder kon gaan, kreeg de foto, en zijn blik, voor mij een extra lading.

Salt op Oerol 2023 was een autobiografisch verhaal over eczeem, over de pijn en de kracht van huid. We zaten in de volle zon, het heetst van de dag — de actrice vertelde over brandende huid terwijl de zon en het wit van het zand letterlijk brandden in onze ogen. Mooi en ongemakkelijk tegelijk.
Publiekslieveling Via Berlin fotografeer ik vaak, op Oerol en daarbuiten. Ik vind het altijd fascinerend om te zien hoe locatietheater zich vertaalt naar een blackbox, (of andersom!). Wat blijft hangen en wat verdwijnt. Wat op de ene plek fantastisch werkt kan binnen andere omstandigheden helemaal dood slaan. Op locatie heb je minder grip op licht en omstandigheden, maar juist een rijk decor dat je nergens anders vindt. Op deze foto’s van hetzelfde moment in de voorstelling zie je dat goed terug!

Ook binnen de locatie is er een verschil van dag en nacht tussen, nouja, dag en nacht! Deze voorstelling van Silbersee uit 2018 fotografeerde ik twee keer vanaf exact dezelfde plek, om deze fotocompilatie te kunnen maken. Een heel ander gevoel!

Mijn favoriete foto van 2024 is deze, van ‘Voor ze Verdwijnen’ van het Houten Huis. De organische lijnen van haar lijf, met de scherpe vormen van de kaboutermutsen, in een prachtig palet. De kwetsbaarheid van haar lichaam en pose, naast de ontroerende blikken. De makers wilden liever geen beeld gepubliceerd van naakt, wat ik begrijp en respecteer, maar toen ik deze foto stuurde — stil, ingetogen, met zoveel kracht — vonden zij hem zo mooi dat we toch toestemming kregen om hem te gebruiken. Hij haalde de voorkant van de dagkrant.

La Spire. De voorstelling zelf sprak me eigenlijk niet eens zo aan, maar het was een feest van vormen: ronde lussen, strakke lijnen, silhouetten in tegenlicht. Niet de voorstelling zelf, maar het beeld dat eruit voortkwam bleef bij me hangen.

Touki Delphine’s installaties van auto-onderdelen zijn meditatief, technisch en poëtisch tegelijk. Deze was eigenlijk meer een installatie dan een voorstelling: bezoekers zaten eronder, in stil contact met het werk. Sommige bezoekers verwachtten iets ‘theatraals’, en sommige liepen weg, maar juist die rust maakte het voor mij als fotograaf interessant. Ik experimenteerde met lange sluitertijden, beweging en licht. Op de foto lijkt het object boven hun hoofden een soort zonnehemel, een buitenaards fenomeen — dat vond ik prachtig.

Dit beeld wordt eigenlijk met de dag actueler. Dit was tijdens een bingemarathon van alle Crashtest voorstellingen.

‘Niets te halen’ van Wabi Sabi was zo’n voorstelling die alles in zich had, in tegenstelling tot ikzelf in 2022. Een paar maanden eerder had ik een burn-out gekregen en was ik nog aan het herstellen, maar er was geen haar op mijn hoofd die eraan dacht Oerol over te slaan. Dit was de laatste voorstelling van een festival dat ik heel anders beleefd had dan andere jaren. Op mijn laatste beetje energie fietste ik erheen, maar toen de voorstelling begon was er niets meer van de vermoeidheid te merken. Wat een feest om te fotograferen! Sindsdien ben ik niet alleen fan, maar ook fotograaf van het gezelschap.

Grace van Rast in ‘22. De intensiteit, de kracht, de precieze schaduw van haar vingers naast zijn ogen, de patronen van het bloed — alles klopte. Een foto die alles zegt zonder woorden.

Oerol 2025. Voor de voorstelling ‘Oak’ van Nynke Laverman En Sytze Pruiksma was het even zoeken naar het goede standpunt. Uiteindelijk klom ik in een boom, en fotografeerde ik vanuit een eik!

Blauwe lucht, wit strand en een felrode lijn. Het was zo fotogeniek, het had zo een voorstelling kunnen zijn. Helaas was dit realiteit, en daarnaast heel erg nodig. Indrukwekkend hoeveel mensen er tussen alle voorstellingen door samen kwamen op het strand!



