Deze keer: voorbarige heimwee naar Oerol. Een laatste reis langs twee kunstinstallaties: Guardians of the Savory van David Koronczi en Blobs van Charlie Holper.
Na de vele omzwervingen (lees ook deel 1, deel 2, en deel 3) over dit festival ben ik me, als Oerol-alien, steeds meer thuis gaan voelen. Inmiddels heb ik ervaringen opgedaan die, als ik straks weer weg ben, geheid heimwee zullen oproepen.
Ik ga de dansende ballonnen aan fietsen missen, en de slapende schapen en varkens in de modder. Ook het vele en harde lachen. Gister nog, toen ik met een groepje mensen over torenhoge golven sprong. Of in een lege discotheek rond danste, en met Juttersbitter en een Brandaan proostte. Maar ook de nieuwe vriendschappen die hier gemaakt worden, en de fijne gesprekken met nieuwe makers.

Guardians of the Savory – relieken uit een zoutmijn
Op de weg naar de Zeekraal raken de fietspaden langzaam minder bevolkt. Eenmaal aangekomen staan de schapenvachten en ziltige kazen klaar. Nadat ik me door de boerderijwinkel en een vochtige stal begeef, kom ik uit op een erf.
Daarachter ligt nog een stal: de stal waar het gebeurt. Een poort van zout rijst op. De poort laat zoutsporen zien in allerlei talen: leesbare en onleesbare. ‘Home sweet what?’ staat erop. Inderdaad. Wat wacht er eigenlijk thuis op ons? De kunstenaar begeleidt ons met ijle muziek waarop ik wegdroom, gespeeld op een fluit, een koncovka genoemd – een traditionele herdersfluit uit de Westelijke Karpaten.

Blobs – boomknuffelaars
In het Hoornerbos, tegenover de Hedreedersplak, ruikt het naar dennennaalden die ik het liefst naar mijn woonplaats zou transporteren. Tegen de bomen kruipen vriendelijke slangen op. Ze worden omhelsd door (b)lobbige, schattige vormen. Sommige laag bij de grond, waardoor je er het liefst tegenaan zou gaan liggen. Andere halverwege de stam, klimmend naar de boomtop.
Samen met andere bezoekers loop ik door het heuvelachtige bosje. Er klinkt gemoedelijk geklets van mensen en vogels. ‘Als je gestrest bent, kun je het hier wel een paar dagen uithouden,’ zegt een van hen. Dat beaam ik.
Met premature heimwee naar het zo verwelkomende Oerol voor een nieuweling, probeer ik de onvermijdelijke stress van mijn thuis alvast wat te bedaren. Gelukkig hebben we de souvenirs nog.



