1 De strenge vrijwilliger
Bij een expeditie die ik wil zien vraagt de vrijwilliger bij de ingang op vrij doortastende toon of ze mijn bandje mocht zien, waarna ik mijn mouw opstroop om mijn bandje te tonen. Voor ik doorloop, raak ik even afgeleid en kijk ik achterom, waarna ik een foto toegestuurd krijg van een vriend.
Foto die de vriend stuurde
Als ik de foto heb bekeken, mijn telefoon heb weggestopt en me weer omkeer om naar de expeditie te gaan kijken, vraagt dezelfde vrijwilliger of ik mijn bandje wil laten zien.
“O, maar”, zeg ik, “U wilt het weer zien?” – “Ik moet het bandje wel kunnen zien”, zegt ze. Stilletjes stroop ik opnieuw mijn mouw op. “Heel goed, veel plezier hoor”, zegt ze. “Ok”, mompel ik en ik loop verder. Ik voel me klein, ongezien. Ik bekijk wat afgeleid de expeditie, kan me er moeilijk op concentreren. Zag ze me niet? Waarom is ze zo streng? Ik voel me onrustig. Lezer, ik weet niet of je hetzelfde ervaart als ik, maar de zorgen zijn groter deze dagen, ik heb een kindje, en ben als schrijver en iemand die werkt in de cultuursector niet heel blij met hoe het aan wal soms gaat, politiek gezien dan. Het ergste van dat alles vind ik dat het daardoor soms moeilijker lijkt echt geïnteresseerd of nieuwsgierig te zijn. Hoe slechter het nieuws, hoe minder nieuwsgierigheid, zo voelt het soms, als het al niet bij anderen is, dan soms zelfs bij mezelf. En nou is dat erg veel en beladen om op deze ene interactie met iemand die de bandjes controleert te gooien, maar dat speelt voor mij denk ik wel mee.
Bij het naar buiten lopen is de vrijwilliger nog steeds vrij gedecideerd met het controleren van bandjes en ik besluit dan maar dat het beter is een vraag te stellen.
“Controleert u altijd zo streng?”, vraag ik, en ze zegt dat als het zo druk is ze graag de boel goed onder controle houdt, maar ook dat er gisterochtend mensen waren die boos waren omdat ze niet werden gecontroleerd. “Waar hebben we dan die bandjes voor gekocht”, hadden ze deze vrijwilliger gevraagd. We moeten hard lachen. Waarom maakt Oerol het mensen zo makkelijk met elkaar in contact te komen? Ik denk mede doordat nieuwsgierigheid hier bijna altijd beloond wordt.
Daarna maken we goed kennis, de bandjescontroleur heet Femie en was 30 jaar geleden al eens als bezoeker op Oerol. Nu heeft ze wat meer vrije tijd en leek het haar leuk juist iets te doen te hebben op het festival. Terwijl we kletsen controleert ze nog twee mensen die eraan komen en ik vraag of iedereen wil poseren en dan zeggen de mensen die worden gecontroleerd en nu ook gefotografeerd dat ze elkaar 22 jaar geleden tijdens Oerol leerden kennen. “Oerol-liefde zijn we!”, zegt Anneke, die nog altijd dolgelukkig is met Wim. Zo zie je maar weer dat het erg goed is om vragen te stellen.
2 Het publiek bij Totomboti
De kunstenaars van Totomboti, een collectief uit Pikin Slee in Suriname, tonen tijdens Oerol Liederen Verankeren, een festiviteit op het snijvlak van beeldende kunst en spel. Bij deze Expeditie zie je dagelijks beeldende kunst over spirituele liederen en beelden en onderzoek naar onder meer oral history en de koloniale invloed van het Nederlands op de Saramaccaanse cultuur en taal. Het is net iets na 14.00 uur, ik kom aan als de performance die dagelijks gegeven wordt net begonnen is. Schrijver Vinije Haabo legt uit dat onder meer de apinti-drum vandaag wordt gebruikt om met vrolijke liederen en diepzinnige spreuken het verhaal van het bos en de geesten te vertellen. Dan begint de performance. De apinti klinkt, er is zang, dans, er wordt rum geplengd, flessen worden bezield. Ik volg niet alles, snap niet alles, maar heb me, per Haabo’s instructies, laten leiden door mijn gevoel en heb op die manier flink staan genieten.
Tijdens de performance staat iemand naast me ineens druk te gebaren naar iemand die iets verderop staat. Ze wenkt hem fel. Hij komt aangelopen. “Naast je staat een tafeltennisser”, zegt de vrouw tegen de man. “Landelijk.” Hij knikt en loopt weer terug naar zijn plek.
Ik heb vele vragen. Wat maakt het uit dat er een tafeltennisser is? En dat die landelijk opereerde? Als de performance voorbij is vraag ik het. “Ik heb zelf jaren terug op hoog niveau getafeltennist”, zegt de vrouw. Ik vraag of ik een foto mag maken. Dat mag niet, maar de spanning is voor mij wel gebroken. Is de magie ook weg? Nee. Op een dag kan het wel gekend worden, maar niet vandaag.
Zo is het ook een beetje met het werk van Totomboti. De vele vragen uit het publiek maakten achteraf veel duidelijk over het onderzoek en werk van de kunstenaarsgroep. Iedere vraag werpt vele nieuwe vragen op. Wat valt er te leren over samenleven met de natuur, en de geesten en de voorouders? Wat gaan Edje Doekoe en Toya Saakie in de toekomst nog meer maken? Je ziet: op deze manier wordt opnieuw mijn stelling bewezen dat het goed is vragen te stellen.
3 Korte ontmoeting op weg terug naar Midsland, naar de redactie
“Dat is mooi he?”, vraagt een vrouw die ik net aan het inhalen ben op de fiets, terwijl ze naar een poster kijkt die reclame maakt voor de Dark Sky Boschplaat huifkartochten (“Ervaar de duisternis”). “Wat, de huifkartochten?”, vraag ik, en ze kijkt me aan en zegt: “O, ik dacht dat u mijn man was.” “Ah”, zeg ik. “Oh, nee, dat ben ik niet.” Ik maak mijn inhaalmanoeuvre af. “Fijne dag”, zeg ik, om de interactie niet te raar of onbevredigend te laten verlopen. “Waar zou hij zijn?”, vraagt ze, en het voelt alsof zij die vraag ook stelt om de interactie niet te raar te laten verlopen. Een vraag kan soms een heel natuurlijk einde van een heel kort gesprek zijn. Stel daarom vandaag vele vragen aan elkaar.
Wat zeg je, wil je meer weten over de expeditie over Totomboti? Goede vraag. Kijk in het programma.


