Pionier en trouwe Oerol-bezoeker Pieter Baak: ‘Nieuw talent verdient het om plekken te krijgen waar ze de mist in mogen gaan.’

Sinds voormalig archeoloog, ondernemer en gretig kunstconsument Pieter Baak (68) in 2005 voor het eerst voet aan wal tijdens Oerol zette, omdat een bevriende theatergroep op het eiland ging spelen, was hij meteen hooked. Sindsdien is het festival een vast ijkpunt in zijn jaar: ‘Juni ís Oerol. Punt.’

Deze YoungGangsters-variant van Romeo en Julia legt de spanningen bloot tussen oude en nieuwe buurtbewoners, tussen trots en transitie, vlees en vega, pils en kombucha
Beeld: Nichon Glerum.

Die bevriende theatergroep heette De Waterlanders, en bestond destijds vooral uit ‘een groep post-puberale Wageningse studenten die onderling veel lol maakten’, aldus Baak. ‘Maar toen ze op Oerol een kans kregen om te spelen (met hun werkplaats productie The Waste Land, red.), groeiden ze enorm en werden ze professioneler.’ Dat onderschrijft het belang van plekken waar nieuw experimenteel theatertalent omarmd wordt en begeleiding krijgt.

Toen Oerol de kans bood om je als Pionier aan het festival te verbinden, en daarmee met een jaarlijkse bijdrage talentontwikkeling een warm hart toe te dragen, hoefde hij niet lang na te denken. ‘Ik vind het belangrijk en ik kan het missen.’

Alexander Moto is onderdeel van Werkplaats Oerol, waar nieuwe en gevestigde makers , vaak in samenwerking met partners, de ruimte krijgen om locatie-geïnspireerd werk te ontwikkelen. Foto: Nichon Glerum
Beeld: Alexander Moto is onderdeel van Werkplaats Oerol, waar nieuwe en gevestigde makers , vaak in samenwerking met partners, de ruimte krijgen om locatie-geïnspireerd werk te ontwikkelen. Foto: Nichon Glerum

Baak houdt van gewaagd theater en ongebaande paden. ‘Ik ga niet alleen voor de gevestigde namen, maar juist voor experiment en gekke dingen. Nieuw talent verdient het om plekken te krijgen waar ze de mist in mogen gaan.’

Dit jaar kijkt hij onder meer uit naar Passing On. Dit bijzondere ervaringstheater op het strand is gemaakt door Bart van de Woestijne, die al jaren via het talentontwikkelingstraject Atelier Oerol (nu Werkplaats, red.) aan het festival is verbonden. ‘Toen ik las waar het over ging, moest ik denken aan de voorstelling Walking van de New Yorkse kunstenaar Bob Wilson, die in 2008 op Oerol te zien was: ook een wandeltocht in de buitenlucht die eindigt op de vloedlijn, die optimaal gebruikmaakte van de omgeving. Ik ben benieuwd wat deze nieuwe maker ervan maakt.’

Werkplaats Oerol 2026: Passing on is een reis naar de rand van het leven. Samen met iemand die je niet kent, verken je het niemandsland dat we betreden als we sterven. Je beweegt tussen controle en overgave, tussen vasthouden en loslaten.
Foto: Nichon Glerum
Beeld: Werkplaats Oerol 2026: Passing on is een reis naar de rand van het leven. Samen met iemand die je niet kent, verken je het niemandsland dat we betreden als we sterven. Je beweegt tussen controle en overgave, tussen vasthouden en loslaten. Foto: Nichon Glerum

Walking was sowieso een van de vele hoogtepunten uit zijn inmiddels rijke Oerol-repertoire.
Daar staan ook een paar dieptepunten tegenover, zoals een niet nader te noemen, ellenlange Griekse tragedie in de snijdende wind op een nachtelijk strand. Maar dat is het mooie van Oerol, benadrukt Pieter Baak: ‘Je weet dat je soms bagger gaat zien, maar je weet óók dat je regelrechte pareltjes gaat ontdekken.’