Loyale Oerol Vrienden van het eerste uur
Vrijdagmiddag 14:00 en om 16:00 uur verzamelden zich in de tuin van pizzeria en restaurant Isola Bella in Midsland twee keer tweehonderd mensen om naar een speciaal Vrienden-optreden van Gerson Main te kijken en met elkaar een Juttertje te drinken. En dat waren niet zomaar twee keer tweehonderd mensen, nee het waren twee keer tweehonderd Vrienden van het eerste uur: mensen die al meer dan zestien jaar lang zeer loyaal, zeer trouw Vriend van Oerol zijn. Minstens zestien jaar lang Vriend zijn betekent minstens zestien jaar doneren. Wie zijn deze mensen? Waarom zijn zij zo loyaal? En wat hebben ze in die jaren dingen geleerd over theater? Met die vragen gingen we er naar toe.
Gerson speelt een prachtige set met heerlijke liedjes, inclusief covers van onder meer André Hazes, Ramses Shaffy en een stuk uit zijn eigen nieuwe werk dat gaat over ouder worden.
Na afloop treffen we in het gras vooraan bij het podium Vriend Ger (en Bob, die vriend is van Ger, maar die dan weer geen officiële Vriend is van Oerol). “Ik ben al vanaf het begin Vriend”, zegt Ger. “Ik ben denk ik op iedere editie van het festival geweest ben sinds 1982. Joop Mulder kende ik wel, maar we waren niet bevriend. We hebben vaak zat leuk gebabbeld hoor.” Ik vraag Ger of vriendschap met Oerol altijd hetzelfde is gebleven, en hij zegt: “Jaren terug was ik een hele goede Vriend van het festival, nu ben ik een gewone Vriend.”
Ik vraag hem wat hij daarmee bedoelt, maar hij wil absoluut niet ‘overkomen alsof hij pocht’, wat mij doet vermoeden dat we hier met een zeer royale Vriend te maken hebben, in financiële zin. Maar hoe zit dat met de spirituele liefde voor Oerol?
“Ja Oerol is vreselijk belangrijk”, zegt Ger. “Het draait hier om het vrije leven, het mooie leven. Het is heel belangrijk om dat in stand te houden.”
Even verderop staan Vrienden Winnie, Jacqueline en Saskia. Jacqueline heeft ‘eigenlijk geen idee hoe lang ze al Vriend is’, Saskia zegt dat ze het al 30 jaar is, waarop Jacqueline zich herinnert dat ze 35 jaar vriend is. Ger en Bob komen er dan ook bijstaan, en dan blijkt dat ze elkaar allemaal kennen. Ik vraag of alle Vrienden van Oerol ook onderling bevriend zijn, en Ger beaamt dat veel Vrienden elkaar inderdaad kennen.
“Het heeft te maken met de unieke vibe van Oerol, die gewaardeerd wordt door een bepaald type mens. Het trekt mensen aan die dezelfde sfeer aantrekkelijk vinden.”
Ik vraag Jacqueline wat zij in die jaren over theater heeft geleerd en ze zegt zonder te aarzelen: “Je leert de waarde van schoonheid kennen. Dat je zó kan worden gevoed door het zien van mooie dingen, dat heb ik geleerd.”
“Mooi gezegd, mooi gezegd”, mompelt Ger dan enthousiast, en Jacqueline vertelt verder dat eigenlijk alles dat je op Oerol boekt goed is, of het nu theaterstukken, moderne dans of spoken word is. “Daarom blijft iedereen ook zo lang Vriend”, zegt ze, en dan vraagt ze of ík eigenlijk Vriend ben, en dan zeg ik naar waarheid ‘nee’, en verschuil ik me achter mijn status als arme schrijver, en dat wordt geaccepteerd. “Jij steunt Oerol met je pen”, zegt Jacqueline. “En als de vriendschap alleen over geld gaat, is het geen vriendschap”, zegt ze. “Weer zo mooi gezegd”, zegt Ger dan weer, en ik knik dankbaar, want daar wil ik het wel mee eens zijn.
Dan spreken we Jan Kooijman, die ook bij het concert was, en de naam klinkt bekend, en hij vertelt ons dan dat hij nota bene de oprichter is van de stichting Vrienden van Oerol. “We vergaderden in de begindagen van Oerol vaak boven café De Stoep van Joop Mulder, en toen het festival eventjes in zwaar weer kwam, stelde ik voor de Vrienden van Oerol te beginnen.”
Volgens Jan had Joop er in het begin niet heel veel vertrouwen in – ‘dat levert nooit meer dan 3000 gulden op’, had hij kennelijk gezegd. Jan en Sytse Schoustra en Ruurd Neef gingen desondanks aan de slag met het idee, en onder andere met behulp van Sytses computer, een Commodore 64 toen nog, bleek dat er ieder jaar maar weer Vrienden bij kwamen. “Ieder jaar opnieuw groeiden we. Toen moest Joop na een poosje toegeven dat hij het bij het verkeerde eind had”, vertelt Jan vrolijk. “We hebben veel Vriendenkranten verstuurd hoor!”, voegt hij eraan toe. Jan heeft een heldere verklaring voor de populariteit van de Oerol-vriendschap: “Mensen zijn hartstikke enthousiast over Oerol.”
Van Gerson wil ik ten slotte weten hoe het is om voor zoveel Vrienden op te treden. “Ze letten heel goed op”, zegt hij. “Dit zijn echt mensen die veel theater hebben gezien. Misschien letten ze iets té goed op, alsof ze meer naar een theatervoorstelling dan een concert kijken, maar goed, ik denk dat ze hebben genoten”, zegt Gerson enigszins peinzend. Ik weet het wel zeker, verzeker ik Gerson, want ik heb de mensen zien genieten, en heb zelf genoten, en is dat niet meer dan genoeg?
Zin om zelf Vriend te worden? Dat kan gewoon, en wel hier.



