
Tijdens het zien van BOG. 2 kon ik de hevige ontroering niet bedwingen. Waarom?
In BOG. 2 een nieuwe poging het leven te herstructureren vertellen de makers van BOG in verhalen, micro-observaties, filosofische invallen over het leven zelf. Het leven van ouder wordende millenials, oftewel: dertigers, want het stuk is een vervolg op het debuut van BOG dat tien jaar geleden werd gespeeld, en in 2013 waren Judith de Joode, Benjamin Moen, Sanne Vanderbruggen en Lisa Verbelen twintigers, vandaar dat zij nu dertigers zijn.
Tijdens het zien van BOG. 2 kon ik de hevige ontroering niet bedwingen. Waarom? In het antwoord op die vraag kan ik heel kort zijn: ook ik ben een ouder wordende millennial, ik was kneitermoe en de voorstelling was bijzonder mooi. Maar! Anderzijds kan ik er ook niet kort over zijn. Anderzijds kan ik er júist 900 woorden over typen die met een klein inzicht over dingen zeggen te maken hebben. Anderzijds kan ik er juist een klein essay over schrijven waarin ik mijn gisteren uitgevaren oom Willem ook noem. Ik heb erover nagedacht, en heb besloten het lange antwoord te proberen te geven over waarom de voorstelling BOG. 2 mij ontroerde.
De voorstelling
In BOG. 2 volgen we associatief scènes uit het leven. Voor mijn gevoel gaan die scènes over hoe de dingen voelen. Hoe voelt het om in een vliegtuig te zitten en dan schuin een rij voor je op andermans videoschermpje Harry Potter and the Deathly Hallows: Part 2 mee te kijken, hoe voelt het jezelf per ongeluk te snijden als iemand in de buurt er expres is uitgestapt, hoe voelt het om net kinderen te hebben, om gulzig te zijn, om levensangst te hebben als ouder, hoe voelt het om een koud lichaam te wassen, hoe voelt het om de kleine, alledaagse vernederingen van het sociale verkeer te ondergaan? De taal is efficiënt, beeldend en komisch en daardoor zo invoelbaar.
Wat ik op een bepaald niveau aandoenlijk vond was het idee dat als je vertelt over hoe dingen voelen, dat op een bepaalde manier als een hobby van millennials aanvoelt – om bijvoorbeeld zeer specifiek over het affect te spreken. Ouder worden is ook ouder worden in hoe je spreekt. Niet alleen het gelaat verraadt de jaren, ook de manier van spreken geeft genadeloos weer waar je vandaan komt, jaar-technisch, generatie-technisch.
Is dat erg? Niet per se, maar ik merkte tijdens het kijken van BOG. 2 dat ik mezelf herkende in het zoekende, misschien op zoek naar nieuwe structuren, maar ergens gevat in de taal die je al had. Ik zeg erbij dat ik niet weet hoe het schrijfproces ditmaal verliep voor het collectief, misschien stoot ik ze voor het hoofd dit te zeggen, of maak ik mij belachelijk: het zij zo. En misschien vergeven ze me dan omdat ik het ergens erg troostrijk vond.
De uitvaart
Gisteren moest ik namelijk naar een uitvaart aan wal, die van mijn ome Willem. Hij stierf vorige week donderdag, en gisteren ontsnapte ik uit de festival/Dagkrant-drukte om bij zijn uitvaart te zijn.
Ik noem Willem vanwege die taal van BOG, en hoe je als mens de dingen zegt.
Een van de laatste keren dat ik Willem wat langer sprak, zo dacht ik op weg naar de uitvaart, voelde hij zich al niet goed. Hij gaf op veel dingen af en maakte zich grote zorgen om de mensen om hem heen. Iets later die ochtend kalmeerde hij, en dat kwam deels doordat hij zijn tekeningen liet zien. Jarenlang maakte hij tekeningen, een soort mandala’s, van dingen die hij mooi vond. Hij legde voor zijn tekeningen vaak een cd op een A4, trok de omtrek rond met balpen, houtskool of potlood, om zo een kader te krijgen waarin hij zijn tekeningen maakte. Hij tekende vissen, daadwerkelijke mandala’s, visgerei, munten, spiralen of spirituele symbolen die ook ome Marcel zo mooi had gevonden. Tevreden keek hij naar mij terwijl ik naar zijn tekeningen keek.
Hij was nooit een prater geweest. Dat zeiden de verschillende sprekers op de uitvaart ook. Hij hield van vissen en eten bereiden. Maar hij was dus ook iemand die kennelijk een vorm van uitdrukking vond in kleine tekeningen.
Het is gemakkelijk om te denken dat mensen te veel zeggen, dat ironie een kanker is, dat humor slechts coping is. Maar denkend aan Willems tekeningen, aan het beeld van een van de spelers van BOG die tevreden met een kind op de arm stond na de voorstelling, met familie en vrienden de vreugde delende van weer een succesvolle voorstelling te hebben gehad, van weer iets hebben gezegd.
Hoeveel kan je zeggen in een mensenleven? Hoe vaak kan je spreken? Hoe veel van die uitspraken zorgen ervoor dat je een vorm van contact krijgt met een ander, hoe veel van die uitspraken zorgen ervoor dat die ander iets van jou leert, waardoor jij iets over jezelf leert, en waardoor die ander zich gezien voelt? Samen naar iemands tekeningen kijken, als publiek de gevoelens van ouder wordende millennials aanhoren – iemand die op een of andere manier een vorm vindt om te spreken over hoe het is om in leven te zijn, op een eerlijke manier bovendien, dat is ontroerend.
Hoe het ook zij, BOG. 2 een nieuwe poging het leven te herstructureren is fantastisch, gaat dat zien. En Willem, het ga je goed.

