Met Ondervonden, een persoonlijk verhaal over de band tussen performer en publiek, stond Daniëlle Zawadi gisteren op de Deining. Voorafgaand spraken we de schrijvend podiumkunstenaar over haar ondervindingen, het vastleggen van de Gen-Z-belevingswereld en haar verzet tegen de ratrace.
Zawadi betekent ‘geschenk’ in het Swahili. Mooie voornaam, niets meer aan toevoegen, zou je denken, maar toch kreeg Zawadi van haar ouders de roepnaam Daniëlle erbij. Samen vormt dat een artiestennaam die dit jaar voor het eerst op het programma van Oerol prijkt. Voor de liefhebber wellicht geen eerste ontmoeting, want Zawadi reisde de afgelopen jaren het land door met haar spoken-word-voorstelling Alstublieft, Zawadi.
In dat solodebuut op de planken schiep Zawadi een karikatuur van haar twintigjarige zelf, die voor het eerst moest nadenken over het actief onderhouden van vriendschappen. “Ik zocht verklaringen aan de hand van natuurkundige theorieën,” legt ze uit. “De voorstelling onderzocht wat daarbij kwam kijken; wat het betekent om jong, Gen-Z, en van Congolese afkomst te zijn in Nederland.”
Laten zulke existentiële vragen zich beantwoorden?
“Mijn karikatuur en ik verschillen daarover van mening, maar ik vind het wel leuk dat zij het absolute antwoord dacht te hebben. De mensen in het publiek konden tijdens die voorstelling hun eigen vriendschapstheorie optekenen op fiches. Achteraf was het interessant om alle serieuze pogingen te lezen, te zien dat mensen geloven de waarheid in bezit te hebben.”
In welke zin is Ondervonden hier een vervolg op?
“Destijds stond ik aan het begin van mijn makerschap. Ik had geen zicht op wat het betekent om langdurig op het podium mijn verhaal te vertellen. Dat een ruimte respectvol moet zijn, dat er sprake moet zijn van wederzijdse toestemming tussen publiek en artiest. Dat besef kwam gaandeweg, en was op veel momenten lastig en pijnlijk. Met deze ondervindingen vertel ik nu opnieuw een persoonlijk verhaal.”
Welke rituelen zijn er nodig om dat verhaal te vertellen?
“Ik denk dat er veel gemakzucht hangt rondom het delen van je werk, misschien juist bij jonge makers. Elke gelegenheid moet aangegrepen worden om je beste zelf te tonen, om naam te maken. Ik neem een paar stappen terug. Wat nou als de mensen eerst bij je moeten solliciteren voordat zij bijvoorbeeld de kans krijgen om je werk te lezen, of dat je überhaupt vraagt of ze de mogelijkheid willen om je boek te lezen? Dat is het ritueel dat ik onderzoek met deze voorstelling, als maker heel expliciet benoemen dat ik iets ga delen en pas beginnen als het publiek instemt.”
Daarnaast zie je het als je taak om Gen-Z uiterst serieus te nemen.
“Wat ik meemaak beschouw ik niet enkel als persoonlijke ervaringen, met mijn generatiegenoten deel ik een belevingswereld. Ik wil de gemeenschappelijkheden daarvan vastleggen, als geschreven foto’s van ons in deze tijd.”
En hoe vind je de muziek die bij jouw gesproken woorden past?
“Ik heb eerder mogen samenwerken met de drummer Kobe Gregoir en zijn band, dat was ge-wel-dig. De rockstar vibes met spoken word, zo cool! Ik wist toen al dat ik weer zo begeleid wilde worden op een podium voor een langer verhaal. Kobe was nu helaas onbeschikbaar, maar Tristan is zijn bandgenoot en ook nu is het samenwerken superfijn.”
Welke metaforische verhalen gaan jullie dit keer tot leven brengen?
“Het tweespletenexperiment gebruik ik graag als metafoor. Lang hadden natuurkundigen niet de juiste apparatuur om te beantwoorden hoe lichtdeeltjes zichzelf opsplitsen wanneer ze door twee afzonderlijke spleten heen moeten. De wetenschappers leefden in de magische waan van plausibele verklaringen. Later werd de apparatuur geavanceerd en zagen ze dat lichtdeeltjes zichzelf opsplitsen, dat die splitsingen elkaar weer ontmoeten, elkaar doorboren en daarna weer splitsen, om uiteindelijk tegen een wand te ketsen. Geweldig.”
In Ondervonden stel je vragen als: ‘Wanneer heb je voor het laatst de uren van de dag afgeteld?’ Mag ik hem terugwerpen?
“Mijn laatste keer was met Nieuwjaar, zoals wel veel mensen. Vaak kijk ik op mijn telefoon en is het al één uur ’s nachts. Weer het einde van de dag gemist. Met de voorstelling wil ik mensen inspireren om te bedenken wanneer zij voor het laatst bewust ademhaalden bij het slotstuk van een dag.”
Een soort bewustzijnsritueel.
“Ja, om even stil te staan bij hoe snel alles gaat, zeker in de ratrace-cultuur waar veel jonge mensen in zitten. Tegenwoordig heeft iedereen 80 miljoen onderscheidingen en lijkt het nooit genoeg te zijn, altijd op zoek naar een bepaalde erkenning. Het is iets dat we met zijn allen doen en in stand houden. Misschien moeten we dat wel met zijn allen bevragen.
