De bordjesfabriek: het (spirituele) kompas van Oerol

De bordjesfabriek – opslagruimte voor Oerol-bewegwijzering, Terschelling 2023

Of je nu een Oerolveteraan of -feut bent, vroeg of laat heeft iedereen een beetje hulp nodig om de weg te vinden. Gelukkig is er de bordjesfabriek van Oerol, die ervoor zorgt dat we minder snel verdwalen op Terschelling. Of in de doolhof van het leven.

Tekst en beeld: Dan Afrifa

In een loods op Terschelling, ver weg van het gesnik en het applaus, klinkt de zang van zwaluwen. Deze gevleugelde tempelbewaarders houden samen met Ward Erhart toezicht op het logistieke hart van Oerol: een grote opslagruimte voor festivalmateriaal (denk: koelkasten en glazen) dat jaar na jaar hergebruikt wordt. Ward werkt ondertussen al meer dan dertig jaar aan de techniek en veiligheid van het festival, en heeft de leiding over de bewegwijzering: de “bordjesfabriek” – een niet te onderschatten aspect van het festival.

“Pas op schrikdraad.” “Geen fietsen.” “Geen fietsen op de parkeerplaats.” Alleen hier hoeven deze instructies niet opgevolgd te worden. “Voor het festival worden alle stickers en stempels van de bordjes gehaald om ze opnieuw te kunnen gebruiken,” legt Ward uit. Hij vertelt ook dat het gebruik van borden pas zo’n 25 jaar geleden begon, toen Oerol steeds groter werd: “In het begin wist iedereen wel waar alles was.”

Witteboordencriminaliteit

Een recentere ontwikkeling in de wereld van wegwijzers zijn de digitale kaarten op je telefoon. In theorie handig, maar op Terschelling lang niet overal. “Google kan je vier verschillende routes geven om bij een voorstelling te komen, maar onze borden leiden je altijd naar de fietsenstalling, en niet met 300 man over zandpaden, langs broedende vogels of naar de achterkant van het toneel.”

Desondanks raken bezoekers soms figuurlijk op het verkeerde pad: vooral vroeger gebeurde het nog weleens dat borden verdwenen. “Destijds heette een locatie bijvoorbeeld ‘Anna’s Plak’. Dan dacht iedereen: een leuk aandenken voor mijn vriendin Anna. Nu geven we geen persoonsnamen meer aan locaties.” Ward herinnert zich ook feestjes in achtertuinen waar de hele schutting vol hing met Oerol-borden. Stiekem vindt hij het ergens wel mooi. “Die mensen hebben echt een hart voor Oerol.”

Dan komt Guus van der Vegt, begin twintig, aanfietsen met een pak ijslollies van de supermarkt. Als stagiair stuurt hij dagelijks ongeveer tien vrijwilligers aan in de bordjesfabriek, waar ze hele dagen bezig zijn met bordjes bestempelen en bestickeren. In het begin was de druk behoorlijk hoog, vertelt hij. “Het is mijn eerste keer op Oerol en ik moest binnen drie dagen zo’n 160 bordjes klaar hebben.” En dan zijn er ook nog uiteenlopende visies. “Soms ontstaat er discussie over hoe een sticker geplakt moet worden. Als je het verkeerd doet, kan het na twee dagen weer loslaten.”

Wijzer op weg

Hoe word je eigenlijk een bordjesman? “Ik volg de opleiding Signmaking & Wayfinding in Utrecht. Ik rolde erin omdat mijn vader cityplanner en geograaf is. Nee, voor mijn sollicitatie hoefde ik geen proefbord te maken. Gewoon mijn cv en portfolio opgestuurd. Mijn opleiding omvat alles wat te maken heeft met grafische communicatie. In dat opzicht is deze stage vrij afgekaderd, maar hier leer ik ook veel over zelfontwikkeling.”

“Guus! Hoe werkt dit?” Een vrijwilliger vraagt om hulp terwijl hij bezig is met een bord met een gele pijl.

“De backing eraf halen, dan op zijn kop leggen en voorzichtig de backing verwijderen.” Met zijn ijslolly nog in de hand gebaart Van der Vegt als een verkeersregelaar. “Anders trek je de stickers mee. En dan goed aandrukken. Top, ziet er goed uit.”

“Ja, ik heb hier nooit stage voor gelopen.”

Voordat ik de fabriekshal verlaat, richt ik me nog een laatste keer tot de bordjesman: “Hoe vinden we nou de juiste weg?”

“Gewoon lekker genieten van wat er op je pad komt.”