Een mooi gesprek over de dood

a:19:{s:10:"aria-label";s:0:"";s:4:"type";s:6:"select";s:12:"instructions";s:0:"";s:8:"required";i:0;s:17:"conditional_logic";i:0;s:7:"wrapper";a:3:{s:5:"width";s:0:"";s:5:"class";s:0:"";s:2:"id";s:0:"";}s:7:"choices";a:0:{}s:13:"default_value";b:0;s:13:"return_format";s:5:"value";s:8:"multiple";i:0;s:10:"allow_null";i:0;s:17:"allow_in_bindings";i:1;s:2:"ui";i:0;s:4:"ajax";i:0;s:11:"placeholder";s:0:"";s:14:"create_options";i:0;s:12:"save_options";i:0;s:12:"allow_custom";i:0;s:18:"search_placeholder";s:0:"";}

Vorig jaar fietste Dagkrantschrijver Jantine Jongebloed over het eiland in een poging haar eigen dood te regisseren. Ze schreef er een stuk over voor de Dagkrant. Toen kreeg ze een berichtje van ene Kok. Een onbekende man die per ongeluk in haar stuk was beland. Samen met zijn overleden dochter. Precies een jaar later ontmoeten ze elkaar, op een bijzonder bankje bij het Groene Strand.

Een jaar geleden deed ik een poging mijn eigen dood en uitvaart te regisseren. Ik was (en ben) niet van plan om binnenkort dood te gaan, maar het leek me goed er toch alvast een beetje over na te denken. Ik fietste op een zonnige Oeroldag het eiland over op zoek naar de beste plek om begraven of uitgestrooid en herdenkt te worden. Ik scoutte potentiële locaties, noteerde de geografische coördinaten, maakte foto’s en fantaseerde over hoe mijn herdenkingsdienst eruit moest komen te zien. Daarna schreef ik er een stuk over voor de Oerol Dagkrant van vorig jaar.

‘Op het bankje bij de kwelder zie ik twee oude vrouwen zitten (het zouden mijn zussen kunnen zijn, in 2083). De rechter tuurt met een verrekijker over het wad en ik herinner me de uitspraak van mijn moeder vroeger, die over de tijd voor mijn bestaan altijd zei dat ik toen nog ‘in papa’s verrekijker’ zat, wat zowel vies als mooi was. (…) Mijn kist (of mijn lijf in lappen gewikkeld) wordt straks vrolijk in een parade uit de romp van het schip gedragen, zo zie ik het voor me. Mijn uitvaart moet maar een soort mini-Oerol worden, met feest en tranen, een kater, en met slaap die nodig ingehaald moet worden.’

Een bankje bij het Groene Strand in West speelde een rol in mijn zoektocht. ‘Er is een gedenkplaatje op geschroefd, ter nagedachtenis aan Lotte (1983-2018). “Ik val niet, ik dans” staat erop. Loslaten hoeft niet altijd vallen te betekenen. Dat leer ik van Lotte, die voor altijd 35 is gebleven. Precies zo oud als ik nu ben.’

Mijn verhaal ging een beetje over de dood, maar vooral over controle en loslaten, bleek toen het af was.

De ochtend na de publicatie ontving ik een mailtje en daarna een appje van ene Kok, die op dat moment ook op Oerol was. Hij bleek Lottes vader. De foto die ik tijdens mijn fietstocht van ’twee oude vrouwen’ maakte, aan het wad, bij de Strieper Kwelder, daar stond Kok zelf op. ‘Ik ben degene met de verrekijker.’ In zijn grijze, wat langere wapperende haar, had ik mijn zus geprojecteerd.

Appje van Kok aan Jantine
Appje van Kok aan Jantine tijdens Oerol 2023

Zijn dochter bleek fervent Oerolbezoeker, en zelf theatermaker. Ik realiseerde me haar gezien te hebben op een ander kunstfestival, een jaar of twaalf geleden. De opeenstapeling van die reeks toevalligheden zorgden voor verwantschap met Kok. In het jaar erna hielden we mail- en appcontact. Het kwam er een jaar lang niet van elkaar te ontmoeten. Tot nu. Vlak voor deze nieuwe editie van Oerol spraken we af om elkaar nu eindelijk te ontmoeten, op het bankje van Lotte.

In een driftige regenbui fiets ik ’s ochtends vanuit mijn redactiehuis in Midsland naar West. Als ik mijn telefoon open zie ik zijn appje, met een foto – gemaakt in de bocht bij de Zeevaartschool, van de zon boven het wad, in de verte de Brandaris. Als hij iets na mij arriveert op het Groene Strand, herken ik de bruine laarzen van de man die de foto maakte, tien minuten geleden. We omhelzen elkaar. Kok plukt verse paardenbloemen van het duin achter het bankje, stopt ze in het vaasje, en begint dan te vertellen.

Jantine bij het bankje
Jantine vlak voor Kok bij het bankje arriveerde

Kok met bloemetjes voor Lotte
Kok met bloemetjes voor Lotte

‘Het eerste wat ik doe als ik aankom op dit eiland, is samen met mijn vrouw Nel naar het bankje lopen, verse bloemen plukken, en naar de Waddenzee kijken. Lotte danste hier altijd, met haar blote voeten in het gras, toen het Groene Strand nog een festivallocatie van Oerol was. Lotte is er dan ook bij, zo voelt dat. Naast ons wapperde de Terschellinger vlag op het duin bij het Heartbreak Hotel, waar we in het jaar na haar uitvaart een beetje van de as van Lotte hebben uitgestrooid. In een bui van burgerlijke ongehoorzaamheid heb ik in die vlaggenmast toen de naam van Lotte gekerft, met een hartje erbij. Ieder jaar tijdens Oerol krassen we er een hartje bij, er staan er al vijf.

‘Lotte was zo verbindend. Ik ben altijd jarig tijdens Oerol. Toen ik 65 werd, stond ze op het dek van de boot met een groot spandoek voor mijn verjaardag, en iedereen zong, er waren ballonnen. Ze was een feest van een dochter. Ze had ADD en was soms een chaoot, maar zij noemde dat misschien dansen, zoals die tekst op dit bankje, de slotregel uit het gedicht ‘Een meisje’ van Toon Tellegen. Ik mis haar energie, haar gekkigheid en creativiteit.’

Lotte op Terschelling
Lotte op Terschelling

‘Lotte’s laatste Oerol moet in 2016 zijn geweest. Het jaar erna ontdekten ze in het ziekenhuis dat de bruine vlek op haar hals huidkanker was. Al snel bleek dat het was uitgezaaid. Ze kreeg immuuntherapie in het Antoni van Leeuwenhoek terwijl ze eindexamen deed voor haar studie theaterdocent. In juni 2018 speelde ze haar afstudeervoorstelling. Op 5 december 2018 is ze overleden. Als gezin vieren we nog steeds Sinterklaas, waarbij we eerst allemaal een kaarsje voor haar aansteken. Verdriet is geen vijand die je moet bestrijden, maar een noodzakelijk gevolg van liefde.

‘Over haar uitvaart had ze wat dingen opgeschreven, welke muziek ze wilde, en hoe het moest voelen. Studiegenoten van de theateropleiding hebben er echt een soort Oerolvoorstelling van gemaakt. Ze hadden haar tuintje nagemaakt in de Metaal Kathedraal in Utrecht. Iedereen kon er met blote voeten doorheen wandelen, en haar gedichten lezen. We hebben gedanst met z’n allen. Aan het einde van de dag werd ze in een door een vriend getimmerde kist de zaal uit gedragen, iedereen klapte, en ik dacht: een volle zaal, een staande ovatie. Je hebt het geflikt. Dit is het applaus waar je van droomde.’

Dan komt Nel aangefietst, de moeder van Lotte. Ze voegt zich bij ons op het bankje. ‘Het heeft jaren geduurd voor ik er zo naar kon kijken. En zó erg loslaten: zo had het niet mogen gaan.’

Kok en Nel op Lottes bankje
Kok en zijn vrouw Nel op Lottes bankje

Vandaag (woensdag 12 juni) is Kok jarig. Drink een feestelijk drankje op hem, op zijn Nel, en op hun Lotte. En op iedereen die je liefhebt. Op het leven, op de dood. Proost!

Ook behoefte aan rituelen, ceremonies en herdenkingen op Oerol? De Dagkrant tipt:

Bezoek Memoria van Tijd van de Wolf. Lees hier meer over de voorstelling.

Bezoek Echo’s Chamber van Boogaerdt/VanderSchoot. Lees hier meer over de voorstelling.

Bezoek LEVEN van George & Eran producties / Club Classique. Lees hier meer over de voorstelling.

Bankje Lotte Groene Strand