Een zoektocht naar Oerol-core

Er is wildernis, er zijn weerelementen die getrotseerd dienen te worden, en wellicht slaap je in een tent die je kreukelig maakt. Toch wil je er ook een beetje leuk uitzien — wie weet beland je in de Lokroepjes. We spreken zes smaakvolle Oerolgangers over hun kledingkeuze.

Oerol en mode zijn een beetje een gekke combinatie. Mode is per definitie vluchtig, en veel Oerolbezoekers streven naar duurzaamheid. De Oerol-look laat zich niet makkelijk duiden. Er is sowieso weinig nieuwigheid. Trends van het vasteland krijgen weinig voet aan de grond: er zijn geen verse opgeschoren kapsels, geen smetteloze schoenen, en er zijn bijzonder weinig grote merklogo’s te zien. Goed, we weten nu een beetje wat Oerol-core niet is, maar wat is het dan wel? Daarvoor gingen we in gesprek met enkele bezoekers over wat ze dragen.

Bram

“Vind je dit al mooi? Je treft me net op een ongelukkig moment, de rest van de tijd zie ik eruit als een zeemeermin. Ik begin ruim voor Oerol na te denken over wat ik ga dragen, omdat ik allemaal kostuums meeneem. Op Oerol voel ik me het fijnst in kleding die wappert, ik heb veel rokjes mee. Ik heb zelf al heel lang niet meer iets in een kledingwinkel gekocht, ik koop vooral dingen bij de kringloop. Deze jas was vijf euro op de markt. Dit broekje is van een sample sale van een ontwerpster, die is dus ook one-of-a-kind.”

Elia

“Voor mij zit er geen verschil tussen wat ik thuis draag en hier. Ik krijg hier wel vaker positieve reacties dan in het dagelijkse leven. Ik voel me happy in kleurrijke kleding. Deze broek wilde ik altijd toen ik elf of twaalf was, maar toen mocht ik hem niet van mijn moeder. Ik ben volwassen, ik koop hem, haha. De tekens op mijn voorhoofd zijn getatoeëerd. Ik draag nog een andere ketting, gemaakt van zaden, die heb ik gekocht tijdens een ayahuasca-ceremonie.”

Frank

“Dit is m’n werkbroek. Het is gewoon een good ol’ afritsbroek. Ik heb net vernomen dat ik in de keuken moet werken, en daar wordt het nog wel een paar graden heter, dus dit zijn m’n ventilatiegaten. Ik koop m’n kleren niet om aan te sluiten bij een bepaalde stijl, ik koop gewoon dingen waar ik mezelf wel in zie.”

Jacob

“Ik hou erg van kleding, maar ik probeer wel minder te kopen. Ik zit al een tijd in een Japanse fase, en ik hou erg van denim. Ik vind het fascinerend dat de Japanse mode vanaf de jaren vijftig zo geobsedeerd is geraakt met Americana. Deze broek — een midnight denim van Mr. Freedom — heb ik sinds 2020, en heb ik nog maar één keer gewassen om hem zo mooi mogelijk te houden. Het is wel een beetje afzien in deze temperatuur met deze broek en laarzen, maar dat is toch wat het leven is; afzien.”

Marjan

“Een goeie Oerol-outfit? Dit. We hebben ooit met een paar vrienden honderd van deze shirts gemaakt. We verkochten ze voor een tientje, in een paar uur waren we ze kwijt. Het is mijn 38e Oerol, ik heb er nooit een overgeslagen. Ik heb wel m’n favoriete schoenen aan, van Roger Federer. Hier zijn maar 160 paar van gemaakt. Ik ben in Londen geweest bij de Laver Cup, bij zijn afscheid. Volgens mij kun je hier alles aandoen. Tijdens Oerol zit ik soms met een vriendin die hier woont bij ’t Huuske. Dan zitten we zo drie uur op het terras alleen maar mensen te kijken.”

Gil

“Ik probeer steeds meer af te stappen van wat de norm is, en te dragen wat ik zelf leuk vind. Ik draag vaak zoiets als dit — mijn broek en kimono zijn op maat gemaakt door een van mijn partners. Ik ben veel bezig met representeren waar ik vandaan kom in mijn kleding en sieraden. Ik ben Kaapverdisch, met verdere roots in Mali en Senegal — goud zit in mijn dna. De steen die ik om mijn pols heb is een obsidiaan, ook uit Senegal. De band die ik om mijn hals draag is heel belangrijk voor me. Toen ik voor het eerst in Senegal was werd ik door een stamoudste van de Baye Fall-tribe gegeven, die communiceert dat ik een creatief beroep heb.”