Hand op schouder (vriendelijke autoriteit)
Bij de ochtendvergadering maant hoofdredacteur Willem Sjoerd van Vliet Wilbert op vriendelijke wijze tot stilte.

‘Laten we het even centraal houden’
Tegengehouden worden (vriendelijk, maar beslist)
Bij het hek bij de kerk in Midsland houden vrijwilligers Lotte en Isa mensen tegen die ondanks het verbodsbord met de fiets Midsland-Centrum in willen. Ik moet erdoor om het redactiehuisje te bereiken, maar Isa blokkeert de route met haar hele lichaam. Het is niet onvriendelijk, maar wel erg duidelijk. Het zit hem in haar handgebaar, denk ik.

Dit is het laatste wat je ziet voordat je vriendelijk wordt weggestuurd

Isa met het handgebaar
Handen over elkaar voor de borst gekruist (defensief)
Bij Coda van Sophie van Winden en Cello Octet Amsterdam zit ik naast Olga Slee. We spreken kort over wat we al hebben gezien, ze noemt De Kapitalisten, en die heb ik ook gezien, dus dat schept een band. Ze vertelt dat ze niet heeft gedoneerd in De Gift Shop. Ik zou het haar niet kwalijk nemen, maar omdat ze er zo de nadruk op legt vraag ik waarom niet, en ze zegt dat het een beetje op haar schuldgevoel heeft ingewerkt, en dat ze dat liever niet heeft. Terwijl ze het zegt, kruist ze haar armen voor haar borst, defensief, en als ik dat tegen haar zeg, zegt ze, ‘o ja, dat is waar ook’, en vertelt ze dat ze in de GGZ werkt en dat ze daar ook veel verhalen tegenkomt van mensen die diep in de schuld zitten. Om haar werk te doen kan ze zich daar niet de hele tijd schuldig of slecht over gaan voelen. De oproep om te doneren bij De Kapitalisten deed haar aan haar werk denken, waardoor ik het defensieve gebaar toch erg mooi vind, want ik gun iedereen die zwaar en belangrijk werk doet een beetje lijfsbehoud.

Stramme hand, gebalde vuist (Coda, gespeeld)
Sophie van Winden speelt in Coda de 100-jarige Magda, die niet lang meer te leven heeft. Ik vind haar eerlijk gezegd niet de hele tijd overtuigend als 100-jarige, daarvoor beweegt ze op momenten toch wel heel erg kloek en jeugdig, maar haar handen! Haar trillende, gebalde handen, die raken mij wel (samen met de prachtige tekst, de muziek, de ontroerende composities van de twee jaar terug overleden Ryuichi Sakamoto, prachtig gespeeld door Cello Octet Amsterdam).

Wheelie trekken (stoer)
Op de Duinweg Midsland rijdt een jongen op de fiets, jaar of dertien, weg van de groep, om met rode wangen van opwinding een wheelie te maken.
Hand op borst, handen wijd (schreeuw, verzet)
Aike Voets en Kiki Eekhout zijn op het Rode Lijn-protest om hun stem te laten horen tegen de genocide in Gaza, en tegen de steun van onze regering om daar wapens heen te sturen. Als ik ze vraag hoe ze dat gevoel uitdrukken in gebaar nemen ze deze pose aan:

Hand op rug (steunend, ontroerend)
Op de terugweg van het protest, loopt een vrouw voor me op krukken over het duin, die ondanks de kennelijke moeite met lopen naar de Rode Lijn is gekomen. Steeds als haar man denkt te voelen dat het iets steiler wordt, legt hij zijn hand aanmoedigend, liefdevol en beschermend op haar onderrug, geroutineerd ook, het komt op mij over alsof er decennia aan liefde in zit, in dat gebaar:

De stem openen voor een opeens groter publiek (aandachtig, opmerkzaam)
Vooraf aan mijn bezoek vertelde vrijwilliger Bram mij over Blobs van textielkunstenaar Charlie Holper. Wat ik zou zien is gebouwd met de materialen van Terschelling: met wol van lokale schapen, uit de oceaan gevist plastic en textiel gedoneerd door de gemeenschap. Toen Bram zag dat er nog meer bezoekers aan kwamen, draaide hij zich ook naar de nieuwe toehoorders en begon hij op luidere toon te spreken, zodat ook zij deze informatie tot zich konden nemen. Dat beviel mij, zonder dat ik precies kan uitleggen waarom. Hier ensceneerden we het moment, terwijl vrijwilliger Therese doet alsof ze de bandjes controleert. Bram vroeg nog: ‘Maakt het niet uit dat we dan poseren?’, en Therese zei: ‘Ach, het draait om het gebaar’, en toen keken we elkaar zo aan van heeeeeeeeee.

Het weerzien met Beer Boelie (geinig)
In het bos bij Hêdreedersplak hingen de ‘Blobs’ in en rondom de bomen. Je mocht eraan zitten, en een eindje verderop was er een klein beetje consternatie. Een groep mensen had het over een beer. Toen ik naderde en ze aansprak, bleek dat een van de Blobs de vader van de familie Abma sterk had doen denken aan een beer die hij had in zijn kindertijd, Beer Boelie. Met dit gebaar reikt hij dus terug naar zijn jeugd, die niet meer terugkomt:




