BRAM is Karlijn Kistemakers eerste voorstelling na het voltooien van de reeks Missie Márquez, een twaalfdelige theatrale vertaling van het boek Honderd jaar eenzaamheid. BRAM vertelt het verhaal van Daniel Cornelissens oma Brammetje. Hoe begin je na jaren werken aan zo’n persoonlijk project weer aan iets nieuws, zeker als dat nieuwe project voor de verandering niet gebaseerd is op verhalen uit haar eigen familie, maar op die van Daniel? Daarover vertelde Karlijn.
“Aan Missie Márquez heb ik negen jaar gewerkt. Daarbij heb ik altijd het boek – Honderd jaar eenzaamheid – als leidraad gehad, maar ook de terugkerende personages. Toen de cyclus was voltooid, merkte ik dat ik echt rouwig was om die personages. Achteraf was ik trots op Missie Márquez. De waardering kwam met terugwerkende kracht. Ik ben daar altijd traag mee, ik ben niet zo vol van mijn eigen werk. Misschien ben ik er ook wel iets te bescheiden in, of te zelfkritisch.”
“Ik moest door het wegvallen van die vaste elementen uit Missie Márquez dus op zoek naar een nieuwe vorm, een nieuw verhaal om te vertellen. Ik wist al vijftien jaar lang dat ik iets wilde met de oma van Daniel Cornelissen, Brammetje Cox [die een gevierd kunstenaar werd en een getroebleerde verhouding met haar kinderen had – red.], maar om dat verhaal te vertellen moest ik weer terug naar het begin.”
“Wat voor vorm moet het krijgen, welke lagen zitten erin, waar in het verhaal zit het magisch realisme, hoe hou ik zowel de humor als de zwaarte van het onderwerp in stand? Toen ik die elementen had uitgedacht, zijn Daniel en ik met een klein clubje echt aan de slag gegaan om het stuk te ontwikkelen. Het is heel fijn dat het zo’n wonderbaarlijk verhaal is. Het is echt gebeurd, maar het gaat over Daniels oma, niet de mijne. Tegelijkertijd voelde ik wel dat het ging ‘werken’ toen ik mijn persoonlijke verhaal aan dat van Bram koppelde.”
In BRAM speelt het moederschap van Brammetje een grote rol. Hoe zij met Daniels vader en haar andere kinderen omging is vervolgens aanleiding voor boeiende vragen en gedachten over of kunstenaars nou wel zo geschikt zijn voor het ouderschap, over feminisme, over de verwachtingen die er zijn rondom vrouwen en kinderen. Gaandeweg de vertelling komt Karlijns eigen verhaal aan bod, als ze haar ervaringen met het al dan niet willen krijgen van een kind bespreekt.
“De oma van Daniel leefde in een andere tijd en door de meningen van Daniel en mij over haar leven in het verhaal te verweven is het ook ons verhaal geworden”, zegt Karlijn. “Het heeft verbinding met het nu, de thema’s uit Brams leven zijn nog steeds actueel en doen iets met ons.”
Naast het vinden van de juiste manier om het verhaal te vertellen, is er nog iets belangrijk in het maakproces van Karlijn: het publiek.
“Ik voel pas echt of iets nieuws wat ik maak lukt als er publiek bij komt. Als de eerste try-out achter de rug is, dan voel ik hoe het resoneert, hoe het in elkaar valt. Als je aan zo’n stuk werkt, heb je op een gegeven moment alles voor de duizendste keer gehoord, en kan je het echt niet meer voelen. Het leeft op een gegeven moment niet meer. Dan ben ik bang dat alle elementen van de voorstelling niet op z’n plaats gaan vallen. Je bent maar aan het schaven en schuren in de repetities – wat mist er nog, denk ik dan. Ik vergeet op zo’n moment de kracht van het publiek: zij zijn de sleutel, zij wekken de voorstelling uiteindelijk samen met ons tot leven.”
“Met het publiek komt de ontmoeting, en dan voel je heel goed hoe mensen reageren. Op dat moment worden de dingen ineens weer grappig en ontroerend, dan voel ik dat het werkt. Dus ja, ik ben erg dankbaar dat mensen komen kijken.”
Voor volgend jaar heeft Karlijn al een mooi nieuw project in de steigers staan, maar daar wil ze nog niet al te veel over kwijt. Dat hoort kennelijk ook bij het maakproces: niet te vroeg erover vertellen.
BRAM is vandaag nog te zien bij de oude helihaven in West. Smeer je als altijd goed in, neem water mee, draag een pet of hoed of sjaal tegen de zon.
