Koken voor 1200 mensen met een roerstaaf van 2 meter

In de keuken van cateraar One For The Road wordt gekookt voor de crew én de bezoekers van Oerol. Tussen de lunchende en lachende mensen bij het Grand Café op festivalhart de Deining is een team chefs hard aan het werk, maar chef Daan stapt even weg van de belegde broodjes en nachoschotels om mij te vertellen over hun werk. Het eten dat ze serveren zou én gezond, én gevarieerd, en ook nog eerlijk zijn. Ik wil weten hoe ze dat voor elkaar krijgen.

Tekst: Jenny Rozema | Beeld: Lisa van der Rhee

Met dit vraagstuk in mijn maag beland ik achter de schermen midden op het eiland bij een enorme, verborgen tent. Hier, op deze niet nader te noemen locatie, staat een enorme centrale keuken waar een team van vaste koks en vrijwilligers samen voor heel Terschelling lijkt te koken.

   

We worden ontvangen door ‘chef lunch’: Heleen. Zij vertelt ons over het werk. Het is nogal wat: bij elkaar wordt er in deze keuken gekookt voor zo’n 1200 mensen. Crewleden, artiesten, iedereen die iets voor Oerol doet wordt vanuit hier gevoed. Ik word meegenomen naar de plek waar het allemaal gebeurt: een grote, lichte ruimte waar zelfs de grootste keukenkampioen U tegen zegt. Een team van vaste koks is diep gefocust aan het werk. Iedereen werkt zo razend aan zoveel verschillende dingen met zoveel ingrediënten dat het wat weg heeft van een theatervoorstelling.

Het keukengerei dat gebruikt wordt oogt voor mij haast bizar. Ken je die speelgoedkeukentjes, met van die mini-pannetjes en mini-spateltjes? Dit is precies het tegenovergestelde: alles is drie keer zo groot als normaal. De blikken tomatenblokjes lijken haast niet te tillen, en de pannen zijn groot genoeg om in te badderen. Ik sta met vrijwilligers Agnes en Carla, die de dienbladen schoonmaken, toe te kijken bij de afwas. Daar zouden borden binnenkomen met het formaat van een middelgrote TV en roerstokken langer dan zijzelf.

Als je eten bereidt voor zoveel mensen is het haast onvermijdelijk dat je iets overhoudt, daar heb ik al last van als ik voor vrienden kook. One For The Road heeft daar een oplossing voor bedacht: de volgende dag gewoon meer vrienden uitnodigen. Alle ingrediënten die overblijven nadat het eten voor de crew is bereid, worden de volgende dag gebruikt voor de veganistische dagschotels bij het Grand Café. De menu’s op beide locaties worden hier ook speciaal op afgestemd. Dit doen ze al heel lang zo: het leidt tot minder verspilling en meer volle magen.

Deze enorme operatie maakt zichtbaar hoe onmisbaar deze mensen zijn. Honderden crewleden, en daarmee indirect ook tienduizenden Oerol-gangers, zijn van hen afhankelijk. In zekere zin vormt dit team het kloppende hart dat het lichaam van de hele Oerol-crew op de been houdt.

Gelukkig draagt iedereen de leden van het cateringteam ook een warm hart toe. Carla vertelt over een buitenlandse artiest aan wie ze moest uitleggen wat witlofsoep is. De artiest kwam na het eten enthousiast terug met een brede glimlach en een duim omhoog. Een blijvertje op de kaart, gok ik zo.

Terug bij het Grand Café vertelt Lennart over de dagschotels, en over het andere lekkers dat ze serveren. “Daan! Wat zit er in de hamburgers?” Van achter zijn werkplek roept Daan terug: “Oesterzwammen en soja!” Ondertussen zie ik vanuit mijn ooghoek nog zo’n gigantisch blik tomatenblokjes staan. Alleen is deze gevuld met aarde waar verse salie uit groeit. Ook lekker.