
Oerol is prachtig, en soms doet het ook een beetje pijn. In de loop der jaren verzamelden honderden mensen permanente aandenkens op hun lijven als gevolg van onhandigheden en valpartijen hier op het eiland. Vaak hun eigen schuld. Niet zelden was er juttersbitter in het spel.

Annewil – “Paar jaar geleden, illegaal feestje in een bunker in de duinen, een roestige schroef en daar bleef ik achter haken toen ik hogerop wilde komen. Misschien is er een reden dat die feestjes eigenlijk niet mogen.”

Iris Bergman – “Een steekvlam in 2014, een groot gat, een gedoofde sigaret, onze eerste ontmoeting, en nu negen jaar samen.”

Ingeborg – “Deuk in mijn scheenbeen door een tak in het bos. Gij zult voortaan uw fiets op de daarvoor bestemde plekken parkeren, op straffe van een afstraffing van de natuur.”

Miriam Brummelkamp – “Tijdens het werken voor de catering van de vrijwilligers, sneed ik me aan een gebroken bord. Tien jaar geleden denk ik. Achteraf was hechten geen slecht idee geweest.”

Teun – “Na een gezellig feestje vanaf camping de Kooi rechtdoor de prikkelbosjes in…”

Jantine – “Tja, wat zal ik zeggen. 2014, bunkerfeestje, jutter, een terugweg met een fiets en een schelpenpad. Ik heb dit jaar weer wat nieuwe aandenkens verzameld. Mijn lijf als museum. Mooi toch.”

Henk Ruigrok van der Werven – “De Vijfpoort, Rage Against the Machine, toen mijn eigen glas in mijn eigen hand.”
