Acteur Steyn de Leeuwe moest op zoek naar ander werk tijdens de coronapandemie, want op het toneel staan mocht niet meer. Hij besloot in de zorg te gaan werken, de enige beroepsgroep die nog wel applaus kreeg. Leerde hij daar iets wat van pas komt nu hij weer terug is in het theater? We spreken hem op zijn laatste voorstellingsdag.
Hoe was het om weer te mogen spelen?
“Ik kom net van het toneel, de damp komt nog van me af. Ik heb na corona wel weer gespeeld als acteur in andere producties, maar om nu met mijn eigen voorstelling in het West-End Theater op Oerol te staan is fantastisch, dat was altijd al een grote droom. Het is zo’n fijn, mooi theatertje, ik ben elke dag zo erg aan het genieten dat ik hier ben.”
Wat heb je in de zorg gedaan de afgelopen jaren?
“Ik raakte vlak voor corona een beetje in een identiteitscrisis. Ik wist niet meer zo goed wat er nou ook alweer zo belangrijk is aan theater maken, waarom ik dit doe. Wie heeft hier nou eigenlijk wat aan? In de zorg staat het buiten kijf dat je waardevol werk doet. Ik heb mensen met psychische problemen geholpen, die nog wel thuis wonen, maar door bijvoorbeeld een angststoornis hulp nodig hebben met het dagelijkse reilen en zeilen. Ik wil mijn werk in de zorg graag blijven doen, ik denk nu wel een vorm gevonden te hebben waarin ik het maatschappelijk werk en het theater naast elkaar kan doen en kan combineren.”
Wat was een fijn speelmoment deze Oerol?
“Vanochtend vielen al mijn grappen precies daar waar ik ze wilde hebben, maar ook de herkenbare momenten klopten. Ik speel tijdens de voorstelling vijftien verschillende personages, gebaseerd op wat ik heb meegemaakt tijdens mijn werk in de psychiatrie. Vandaag was er een man in de zaal die de hele tijd compleet in een deuk lag, wat heel fijn was, want die trok de hele zaal met zich mee. En een andere man kwam na afloop naar me toe, om te vertellen dat hij de hele voorstelling lang had gehuild, omdat hij zelf ook in de zorg werkte en het hem zo ontroerde wat ik deelde. Terwijl hij dat zei, begon hij weer te huilen. Dat die twee mensen zo in één zaal samen waren, dat is magisch, want het is precies waar deze voorstelling over gaat: het is heel erg grappig én heel erg verdrietig, net als het leven zelf.”
Zijn er overeenkomsten tussen werken in de zorg en werken als theatermaker?
“Toen ik in de zorg werkte, en met afstand naar de theaterwereld kon kijken, zag ik weer waarom theater wél belangrijk is: met zowel theater als zorg kun je iets moois doen voor een ander. In de zorg wil ik dat mijn cliënten er na mijn bezoek en hulp er beter uitkomen dan ervoor, dat ze blijer zijn, iets vrolijker als het lukt — precies dát doe ik met mijn theater ook.”
Zijn er dingen die je in de zorg hebt geleerd waar je iets aan hebt als theatermaker?
“Ik heb beter geleerd wat ik wil vertellen als maker. En mensen helpen geeft een heel fijn gevoel. Doordat je anderen helpt, bevrijd je ook jezelf. Als je het leed van anderen ziet, kun je je eigen leed ook relativeren. Dat gebeurt ook in het theater, waar het persoonlijke universeel wordt. Het is goed om te beseffen dat we er allemaal maar wat van proberen te maken.”
De voorstelling Tofu Cowboy van Steyn de Leeuwe speelde t/m afgelopen donderdag op Oerol en is helaas niet meer te zien, maar de voorstelling gaat in november in reprise in Theater Bellevue in Amsterdam.
