Tekst: Jenny Rozema | Beeld: Nichon Glerum
Ik zit aan de zijkant van een knusse, volle tribune. We zitten middenin een veld van los zand, omringd door zanderige heuvels en hobbels. Het podium ligt niet zo zeer óp, maar eerder ín het zand. Dan begint de muziek. Eén voor één lopen de muzikanten blootvoets door het zand naar hun instrumenten. De muziek zwelt aan en smelt samen met de ruis van de wind. Dan betreden de dansers het podium. Ze lopen rond elkaar, de hele tijd met strak oogcontact. En dan klinkt er plots een dreun vanuit de muziek, en knalt het verhaal los.
Dit waren mijn eerste momenten bij REMLA. Deze dans- en muziekvoorstelling is een bijzondere combinatie. De dans komt van Redouan Ait Chitt (Redo) en Denden Karadeniz, beiden bekende namen in de breakdance-scene. De muziek wordt verzorgd door drie muzikanten van het Amsterdams Andalusisch Orkest, een groep die muziek maakt in de traditionele Arabo Andalus stijl. Op papier lijken dit grote tegenpolen, maar in deze voorstelling smelten ze zó natuurlijk samen dat het lijkt alsof het altijd bij elkaar heeft gehoord.
Ik sprak Denden na de voorstelling. Hij vertelde mij meer over het verhaal van de voorstelling. Hij omschrijft het als een zoektocht van hem en Redo naar hun identiteit, en de overeenkomsten tussen hun verhalen.
Denden vertelt: “Het heeft een autobiografische tint. Het heeft allemaal te maken met onze culturele roots. Redo is half Marokkaans, ik ben volbloed Koerdisch. We hebben enigszins verbinding met onze cultuur, maar ook weer niet. Het is een beetje een persoonlijke zoektocht, verteld in een dialoog tussen ons twee.”
De voorstelling vindt niet toevallig plaats in een zandveld. Zand is een sterk thema in de voorstelling (‘remla’ betekent ‘zand’).
Denden: “Als we praten over het Midden-Oosten, over de Arabische cultuur, dan denk je snel aan woestijnbeelden. Het is een makkelijke associatie. Het verhaal gaat om voetstappen in het zand zetten. Als je in de woestijn zit, is het alles en niets. Het is oneindig, bij wijze van. Je voetstappen zijn heel duidelijk, maar ze vervagen ook heel snel. De metafoor klopte precies.”
Deze voorstelling tijdens Oerol is extra bijzonder: dit is de eerste keer dat deze voorstelling over zand te zien is ín het zand. Niet in een theater, maar buiten in de openlucht.
Dit is natuurlijk wel wat anders dan het zand van de woestijnen in het Midden-Oosten, maar voor Denden heeft het Terschellinger zand ook iets bijzonders: “Ik ben niet heel vaak teruggegaan naar waar m’n ouders echt vandaan komen. Het Koerdische volk is door de woestijn gedwongen om richting de bergen te gaan. De omgeving daar is natuurlijk heel anders, honderdduizend procent. Maar ik zie dit ook niet in het normale stadsleven. Het zijn vooral de momenten dat ik stil zit, als Redo al dansend aan het vertellen is, dat ik om me heen kijk en denk ‘wauw, je bent wel echt ergens anders’. Dit geeft voor mij een extra laag aan het verhaal.”
Dat viel mij tijdens de voorstelling persoonlijk sterk op: hoeveel lagen het verhaal lijkt te hebben. Soms lijken Redo en Denden twee eigen verhalen te vertellen, die dan opeens samensmelten tot één verhaal. In hun dans zag ik parallellen in hun ervaringen, momenten waarop ze elkaar versterkten, maar ook momenten waarop ze juist langs elkaar lijken te gaan. Iedereen naast mij leek er hun eigen betekenis aan te geven.
Uiteindelijk smolt voor mij de omgeving samen met het podium. Soms blies de wind een laagje zand over het podium of trapte een van de dansers een hoopje zand de lucht in. Het was alsof we allemaal een kijkje in hun persoonlijke woestijnen namen. Achteraf op de fiets merkte ik dat ik nog zat na te denken over hoe verschillende delen van hun verhalen aan elkaar kunnen raken, maar hoe ook de verschillen kunnen verbinden.
REMLA is dagelijks (op dinsdag 12 juni na) met ticket te zien bij de crossbaan, locatie 16.

