“Ik weet niet of we nog goed lopen, maar het voelt wel goed, dus het zal wel goedkomen.”

Elke dag wandelt Nineties Productions met een eilander over zijn eiland. Terschellingers vertellen al wandelend over hun habitat en leven, want lopen is een manier om ergens te aarden en stil te staan bij wat een omgeving voor iemand betekent. Jan de Jong, eigenaar van muziekcafé De Vijfpoort, trapt af. De Dagkrant wandelt mee.

Tekst: Jantine Jongebloed | Fotografie: Lisa van der Rhee

Yannick en Jan

Voor de zekerheid geeft Jan de Jong alle Oerol-bezoekers die meewandelen een hand, soms bij wijze van begroeting bij een weerzien, soms om zich voor te stellen. “Of kennen wij elkaar al?” Na bijna twintig jaar café De Vijfpoort en tig bezoekers zien, gaat er bij sommige terugkerende gasten een lampje branden, sommigen zijn wat weggezakt, de nieuwelingen leert hij maar wat graag kennen.

We verzamelen ons om 12:00 uur in de tuin voor zijn café, om een uurtje met hem rondom zijn huis te lopen. Op het buitenpodium staat een klezmerband al warm te draaien voor het eerste optreden straks. Jan programmeert tijdens Oerol sinds jaar en dag zijn eigen randprogramma. Een klarinet, tuba en accordeon wachten geduldig tot ze straks mogen spelen. Jan test de geluidsinstallatie en roept de groep van zo’n dertig wandelaars dan bij zich. “We gaan wandelen en dan babbelen we wat.” Dat is de insteek van deze bijeenkomst.

Ook Yannick Noomen, artistiek leider van Nineties Productions, vergezelt ons. Over de voorbereiding van deze wandeltocht zegt hij: “Vergeef me de woordgrap, maar het loopt zoals het loopt vandaag. Meer hoeven we ook niet te doen: gewoon nieuwsgierig zijn naar de eilanders en hun verhalen.” Kijken naar wat hier al voor het oprapen ligt. De repetitie van de muzikanten overstemt de introductie van Yannick – zoals dat hoort misschien, want muziek is de stuwende kracht in Jan zijn leven, waarmee alles altijd begint.

We lopen via het steegje links van zijn café naar zijn achtertuin waar hij even stilstaat en om zich heen kijkt. “Dit is mijn erf. Dat is de boot van mijn oudste zoon. Dit is mijn houthok.” Zijn jongste zoon blijkt geneeskunde in Groningen te studeren (“en hij roeit 6 dagen per week”), de oudste heeft de Terschellinger zeevaartschool doorlopen en is inmiddels schipper.

We verlaten de tuin via het achterommetje en wandelen verder over het zandpad richting de duinen. Een buurvrouw fietst langs (“Ha die Jan!”), een buurman wandelt in tegengestelde richting (“Ben jij nu ook al gids, Jan?”) en van achter uit de groep horen we wat ontstemde klachten. Jans stem is versterkt met een microfoontje maar toch niet goed te horen. We besluiten Jan en Yannick met z’n allen te omringen. Hij en zijn vrouw Conny wandelen veel, zegt-ie, “vooral in de winter, soms wel 14 kilometer, in ganzenpas, dat tempo zit nog in mijn spieren.” Hij vertelt over zijn ontmoeting met Conny, in de bar van een plaatselijke camping, al een eeuwigheid geleden, en over dat hij wel percussionist had willen worden.

Soms staat hij even stil om aanstekelijk over de dansavonden in zijn kroeg te vertellen, waar hij elke avond zelf de plaatjes draait (“gister ging het dak er weer af”), soms werpt hij zich op als alwetend orakel, bijvoorbeeld als iemand uit de wandelgroep aan hem vraagt: is 13.00 uur te vroeg om Juttersbitter te drinken? (“Nee”). Kijk, dat zijn de wijsheden waar we iets aan hebben.

Jan vertelt over zijn jongere jaren, over zijn verblijf in een kibboets in Israël, een kleine gemeenschap waar hij toen hij eind twintig was vier jaar onderdeel van uitmaakte, en over zijn terugkeer naar die plek, samen met Conny, twee maanden geleden, en over dat hij zijn vriendinnetje van destijds toen weer ontmoette. Onze gids herpakt zich, gidst ons door de duinen het Formerumerbos in (“We gaan links bij de geit”) en dan wandelen we plots het decor van een voorstelling in. “Ik weet niet of we nog goed lopen, maar het voelt wel goed, dus het zal wel goed komen.” Je zou denken dat deze geboren en getogen Terschellinger zijn achtertuin op zijn duimpje kent, maar deze levenshouding brengt hem waarschijnlijk nog verder dan Google Maps zou kunnen. “Wat is het bos hier prachtig hè, het eiland verkoopt zichzelf!”

Op een open plek in het bos houden we even stil. Jan vertelt over zijn boomzaagcursus bij Staatsbosbeheer, die hij volgt zodat hij mag helpen het soms te dichtgegroeide bos hier uit te dunnen. Dan nog een feitje over twee van de drie Terschellinger dialecten (Aasters spreken Aasters en Meslônzers, maar Meslônzers alleen Meslônzers).

Jan vertelt over hoe zijn liefde voor muziek begon, en hoe het bandjes boeken daaruit voortkwam. “Ik nam úren VPRO radio met cassettebandjes op” – daarna luisterde hij het terug voor de krenten uit de pap. Begin jaren ’90 hoorde hij de Nederlandse band De Kift op die manier. Het sloeg in als een mokerslag – tot tranen toe. Inmiddels zijn ze alweer dertig jaar vaste prik in Jan zijn programmering. “Ik ben niet zo’n prater”, besluit hij. Maar een grotere waarheid is deze: Jan is een geboren storyteller. Na precies een uur wandelen (“Ik heb geen horloge, ik leef op de zon”) staat bij terugkomst Conny op ons te wachten, met in haar handen een dienblad vol met glaasjes Juttersbitter. Natuurlijk. Het is alweer 13.00 uur tenslotte.

Nog 9 eilanders vertellen je deze Oerol in samenwerking met Nineties Productions over hun eiland. Wandel mee met een wildplukker, een uitvaartondernemer of een nautisch verkeersleider. Nineties bewandelt: een lopend gesprek met eilanders is dagelijks t/m zondag 18 juni te bezoeken.