Zand als performer

Een lange elektriciteitskabel leidt bezoekers vanaf het Seinhuisje bij Kaapsduin naar beneden, richting een rustige duinpan, waar de kabel is aangesloten op een bewegende plaat. Het is de plek waar niet de mens, maar het zand de performer is. Het zand danst, de hele dag door, maar de danspasjes veranderen iedere seconde. Bezoekers kunnen op de bewegende plaat gaan staan, zitten, of liggen, en zo de dansvorm van het zand dicteren. Op deze plek spreek ik de makers van de installatie: Zoro Feigl (39) en Sarah Damai Hoogman (25) over hun achtergrond en drijfveren. Aan de hand van het zand.

Tekst: Mirthe Westrik | Beeld: Geert Snoeijer

Stuifzand is veranderlijk, het waait mee met de wind, en daalt neer op een nieuwe plek, waardoor het een plek een nieuwe vorm geeft. Welke gebeurtenis veranderde jullie leven?

Zoro: “Veel veranderingen spelen op hun eigen manier een rol. Op dit moment in mijn leven besef ik wat ik aan het maken ben, en wat ik wíl maken. Dat is een belangrijke fase voor mij. Maar daarnaast ook de clichés, zoals kinderen krijgen. Die veranderen je leven, zeker ook in praktische zin.”

Sarah: “Mijn verhuizing van Amsterdam naar Den Haag is een van de dingen die mij heeft veranderd, omdat ik erdoor ontdekte hoe erg ik hou van de natuur en het buiten zijn. Eerst dacht ik altijd dat ik drukte om me heen nodig had, maar toen ik in Den Haag ging studeren ontdekte ik dat ik juist de stilte van bijvoorbeeld het strand erg fijn vind. De natuur als basis, waarbij ik af en toe de drukte kan opzoeken.”

Drijfzand kan je meetrekken, het kan je verdrinken of verstikken. Wat geeft jullie dit gevoel?

Z: “Bij verdrinken denk ik aan ergens helemaal in opgaan. Ik ben fan van de fenomenologie, en uitvinden hoe iets functioneert. Met wat er dan gebeurt, kan ik eindeloos spelen. Dan voel ik me weer een kleuter die de hele dag met Lego bezig is. Ik werk voornamelijk met materialen die een soort flexibiliteit in zich hebben, waardoor ze gevormd kunnen worden door mij, en tegelijkertijd zelf iets teruggeven. Op die manier kan je een soort dialoog met je materiaal aangaan.”

S: “Ik zie drijfzand meer als iets waar je helemaal in kunt verdwalen. Dat hoeft niet per se positief te zijn. Zelf kan ik bijvoorbeeld verdwalen op het internet, wanneer ik onderzoek doe naar een bepaald onderwerp of fenomeen. Ik raak verstrikt in het algoritme, en het zoeken naar informatie kan me ook tegenhouden.”

De natuur is voor mij min of meer het tegenovergestelde van het internet, waar ik maar blijf zoeken.

Op hard zand kun je staan, je kunt er iets mee bouwen. Welke eigenschap hebben jullie altijd al gehad?

Z: “In tegenstelling tot Sarah ben ik niet gehinderd door enige vorm van kennis. Vaak denk ik: ik ga het gewoon doen. Ik wil niet te veel weten over hoe andere mensen iets gedaan hebben, maar er gewoon aan beginnen. Erna zie ik wel waar ik terechtkom, dat is een zorg voor later. Dat heb ik altijd gehad.”

S: “Ik vind het een lastige vraag. Ik weet wel dat ik mijn inspiratie altijd uit de leegte van de natuur haal. Die leegte die dus helemaal niet zo’n leegte is. Als ik een week in de bergen wandel, krijg ik ideeën over wat ik wil maken. De natuur is voor mij min of meer het tegenovergestelde van het internet, waar ik maar blijf zoeken.”

Mul zand is moeilijk begaanbaar. Wat zijn praktische belemmeringen die jullie tegenkomen?

Z: “Wat ik mezelf zou moeten aanleren is dat ik de scherpe randjes van voorwerpen moet afschuren. Elke keer dat ik me weer openhaal denk ik: oh ja, volgende keer. Ik vind het ook leuk dat de praktische rompslomp erbij hoort.”

S: “Ik vind dit project best spannend. Ik zie er niet tegenop, maar ik besef dat dit geen werk is dat veilig ergens hangt. Mensen kunnen ermee interacteren, en je hebt niet in de hand wat ermee gebeurt. Staat het er nog na een week? Hoe ziet het er dan uit, en blijft alles het doen? Anderzijds maakt de interactie het ook leuk.”

Staand op het zand van de duinen kijken de makers uit over hun toekomst. Wat zijn hun plannen?

Z: “Ik heb vooral bedacht dat ik alleen nog maar dingen wil doen die ik echt leuk vind, en minder dingen wil doen omdat er misschien in de toekomst iets leuks uit zou kunnen komen.”

S: “Ik wil niet per se alleen maar installatiekunstenaar zijn en blijven. Misschien heb ik wel een keer zin om een film te maken, en daar een jaar aan te werken. Ik wil mijn opties openhouden, en me niet laten beperken door het beeld dat mensen hebben van wie ik ben en wat ik maak of zou moeten maken.”

Dans van het zand is vanaf vandaag te zien in Kaapsduin en gewoon toegankelijk met je festivalbandje.