Na mijn eerste nacht op Oerol met meer dan zes uur slaap stap ik zo fris als een hoentje het redactiehuisje uit. Mijn eerste stukje nacht overdag ligt om de hoek: My Little Tragedy staat geprogrammeerd in De Stoep, waar ik een paar nachten geleden nog stond te dansen. Het voelt als thuiskomen.
Als ik binnenkom, staat het personeel de vloer nog te dweilen. Het stinkt naar oud bier, en meteen voelt het een beetje als nacht. Mijn verwachtingen zijn hooggespannen, want in de programmatekst lees ik dat er gebruik wordt gemaakt van een stroboscoop, rookmachine en luide muziek.
In de zaal staat een microfoon eenzaam midden in de zaal op een standaard, mensen zitten achterin op een randje en vanaf het scherm spreekt een pony ons toe. Hij wil dat we meezingen en ons laten horen. Als we dat niet doen, gebeurt er niks en begint hij opnieuw met zijn monoloog. Ik voel me niet de gangmaker die je vaak ook tijdens de nacht nodig hebt, maar gelukkig staat iemand op en begint in de microfoon te schreeuwen.
Dan barst los waar ik op hoopte: lampen beginnen te flitsen, de rookmachine springt aan, mensen zingen mee en schudden de heupjes lekker los, ook al is de boodschap van de pony deprimerend. Een nachtervaring overdag rijker stap ik naar buiten, waar de zon intussen is gaan schijnen.
Ik zet mijn zonnebril op en stap op de fiets naar Moon Gazer. Als je de nacht overdag wilt meemaken, dan benadert vrijwel niets dat zo goed als overdag de maan bekijken. De tekst in het programma is ronkend: “Door deze lens word je ineens geconfronteerd met ons niet-weten, met ons beperkte blikveld, onze beperkte tijd en onze beperkte grootsheid.”
Bij de ingang zit een vrijwilliger. Hij zegt: “kom je de maan bekijken? Nou heel leuk zeg!” Het is het soort onderkoelde, ontkoppelde enthousiasme dat ik herken van de beveiligers die vaak buiten de kroeg staan.
Na een klein rondje door het bos kom ik aan bij de installatie, waar ik een ander tafereel zie wat me aan de nacht doet denken: twee mannen staan ruzie te maken omdat de één voordrong. Hij dacht dat de ander een vrijwilliger was. Geen kwade bedoelingen dus, en de boel bekoelt zonder dat ik er tussen hoef te springen. .

Terwijl de ander de maan staat te bekijken, spreek ik even met de één. Ik hoop ook bij hem een wat diepere drijfveer te ontdekken, maar de reden dat hij bij Moon Gazer gaat kijken is simpelweg omdat het dichtbij is. “Net als de maan”, zegt hij, “dat is maar drie dagen reizen. Maar dan moet je wel eerst zeven kilometer per seconde gaan.” Ik vraag hem hoe het komt dat hij zoveel kennis over de maan heeft. “Omdat ik me verveelde. En toen heb ik besloten de hobby’s uit mijn jeugd weer op te pakken. Sterrenkunde was daar een van.” Als ik mijn ogen dicht doe, waan ik me tijdens dit gesprek op een after bij het meertje van Hee.
Dan is hij aan de beurt. Hij legt zijn oog op de sterrenkijker. Ik krijg een soort audio-ondertiteling van zijn ervaring voorgeschoteld: “Ik zie niks. O, nu zie ik ‘em. Jeetje. Zo hee. Jeeeeeeeetje. Tjonge.” Als hij twee minuten heeft staan kijken, heeft hij er genoeg van. Hij adviseert me wel wat langer te blijven staan, want het is een bewegend beeld, waarbij de vorm van de maan ook verandert. Ik neem zijn advies ter harte en bekijk de achterkant van de maan minutenlang.
Het is fijn zo even een stukje nacht mee te maken tijdens de dag, maar ik vraag me wel af of ik nu écht de achterkant van de maan heb gezien, of dat het zoals bij veel van mijn nachtelijke belevenissen de vraag is of het niet gewoon fantasie is. Het is prettig dat je door het beeldende kunst-programma op Oerol ook overdag de nacht mee kan maken. Mijn dag kan niet meer stuk!
Moon Gazer (34. Under de Wettertoer) en My Little Tragedy (18. de Stoep) maken deel uit van het beeldende kunst-programma en zijn elke dag te bezoeken tussen 10 en 16 uur



