Op het strand achter de Deining verzamelen zich vandaag duizenden mensen voor De Rode Lijn, een oproep aan de overheid om de mensenrechtenschendingen in Gaza te stoppen. Vanaf het bos fiets ik mee met een onophoudelijke stroom mensen in rode T-shirts, met vlaggen en sjaaltjes, richting het strand. De tranen staan me nu al in de ogen.
Als het protest tegen het einde loopt, spreek ik twee mensen aan met de vraag of ze willen meedoen aan de rubriek. Ileen, gekleed in een rode jurk met Palestijnse keffiyeh, kan het bijna niet geloven. ‘Meen je dat?! Ik las je stuk gister en zei nog tegen mijn man: “Ik wil hier ook aan meedoen!”‘
Mijn vraag van vandaag: ‘Wanneer zocht jij een grens op?’
Fleur: ‘Joost Oomen sprak in zijn gedicht: “Als direct achter de zee, ambulancemedewerkers in ambulances worden begraven…” Dat raakt me heel erg. Dat wreedheden gebeuren en we het vaak niet willen zien. Dus ik vind het zelf belangrijk om open te zijn en dingen wel te laten zien. In Utrecht werk ik bij de Master Community Development, dat is een waardegerichte studie waar participatie, inclusie en rechtvaardigheid centraal staan. We zoeken altijd naar manieren waarop we die waarden kunnen versterken. Dat is heel fijn om te doen, hierdoor kan ik op verschillende plekjes zaadjes planten en hoop ik dat we zo van onderop nieuwe grenzen kunnen trekken, of de oude weer wat zichtbaarder maken.’
Ileen: ‘Ik zoek een grens op door niet langer te proberen het moeilijke gesprek voor anderen makkelijker te maken, maar mijn pijn, die ik ervaar als zwarte vrouw, te benoemen. Niets kleiner maken; het ongemak dat deze pijn kan oproepen bij witte mensen, niet meer proberen te verminderen. Dat heb ik lang gedaan: alsof het een probleem was dat ik moest oplossen. Die ongemakkelijkheid laat ik nu maar even zo zijn. Je mag dat ook even voelen, denk ik dan. Het is namelijk hetgeen wat ik continu voel. Hoe meer ik dat doe, hoe makkelijker het gaat.’
‘Al vanaf jonge leeftijd ben ik bezig met de Black Power Movement, maar altijd binnen mijn eigen bubbel. De dood van George Floyd was een aanleiding om meer naar buiten te treden. Collega’s wisten dat ik hier al mee bezig was en begonnen zich af te vragen waarom ik het zo buiten het bedrijf hield. Ik vond nog dat het iets persoonlijks was. Maar vanaf dat moment is dat veranderd. Een nieuwe grens ontstond. Ik besefte dat het niet alleen iets voor mijn eigen bubbel was, en wilde juist het gesprek aan gaan met mensen buiten mijn bekende omgeving. En zelf vertellen over mijn ervaringen als zwarte vrouw.’
‘Ik ben gestopt met pleasen. Ik ga het ongemak niet meer uit de weg. Dat geeft ruimte voor mijzelf en bevestigt dat ik er mag zijn. Ik wil niet dat anderen dezelfde lange weg moeten afleggen als ik heb gedaan. Daarom spreek ik mij nu uit.’



