Lees hier deel I van de ode aan de rare vrouw.
Carolien (67), van-de-hak-op-de-tak-campinghost
Mijn eerste rare vrouw zat aan een biertafel naast de personeelstent. Ze sprak vloeiend Turks met de man die naast haar zat. Ze droeg een gilet met roze sterren en een fluorescerende bloemetjesbroek. Ze zei zonder een spier te vertrekken: ‘Ik ben een heel rare vrouw, kom maar mee.’
Ze is al dertien jaar vrijwilliger op Oerol. ‘Een onvoorspelbare vrouw zijn betekent voor mij: mijn hart volgen, ook als niet iedereen het daarmee eens is. Zoals bijvoorbeeld naar Turkije verhuizen voor de liefde, of couchsurfen in Canada als je de zestig al gepasseerd bent.’
Carolien: ‘Ik ben raar zoals een hofnar. Narren zijn aan de ene kant verbindend, maar ook confronterend.’
Ze vertelde me daarna ook over haar activisme, tegen de genocide in Gaza, dat op Oerol gelukkig gewoon doorgaat. Ze zamelt lege flessen in, het geld gaat naar haar Palestijns-Schotse vrienden in Istanbul, die in het diepste geheim zoveel mogelijk babyvoeding naar de Palestijnen smokkelen.
Wil jij lege flessen doneren voor Gaza? Laat ze achter in de krat links naast het Oerolkantoor. Carolien haalt ze daar op.
*
Ben je zelf een ‘rare vrouw’ of ken je iemand die een ‘rare vrouw’ is? Mail maar [email protected] en Iris komt polshoogte nemen.



