Beeld: Foto: Marleen Annema

glim, lachen

Dagkrantredacteur Puck Kroon schreef tijdens het eerste Oerolweekend een gedicht, glim, lachen. Marleen Annema maakte het beeld.

 

glim, lachen

glimlachen

het ruisen van de zee, in de dennen horen
wakker worden met een kop koffie in de hand
zilt op je wangen, in je huidplooien en tussen je tenen voelen
het zand verplaatst zich, hoopt op, vult de kieren voegen straten

mee

mee met de terminologie van de gedachte
mee met de vertaling van het gewordene
mee met de voortstuwende wolkendekken
mee met de deining van het land
dat ieder jaar een paar centimeter, ongemerkt
verplaatst
in alle vertrouwen terugkeren
bomen blijven geworteld
de gloppen gedoogd
de tanden geblakerd

mee op het ritme van de dag
mee met de evenwijdige beweging van de anderen
mee met de tegengestelde richting
mee met het onvoorziene
mee met het onverwacht verdacht fantastische
mee met het tij van de zonvloed
mee met het genoegen van even niks hoeven
mee met het verdwijnen in een bubbel die een naam draagt
mee met de zwaluw die over het zand scheert
mee richting de horizon lopen
mee mee mee

je bevinden op een plek
die ‘een plek om te oefenen in solidariteit’ genoemd wordt
een plek waar er liefdeskruid te over is
een plek waar de medemens gedag zeggen het minste is dat je kunt doen
een plek waar afstand een reden tot bestaan wordt
een plek waar eenheid geen uitzondering maar regel is
een plek waar deuntjes de dag door
een plek waar de dagen van de week oplossen
een plek waar tijdstippen en witte banden
een plek waar tegenwind geen limiet kent
een plek waar weemoed en lokroepjes
een plek waar, een plek waar, een plek waar

daar

daar ben je
(of had je graag willen zijn)
(of wist je niet dat je wilde kennen)
(of wist je niet dat bestond)

het is, in ieder geval
een plek die mee mag naar de wal

die glimlach
dat zullen we blijven doen
dat zullen we zeker
dat is wel het minste dat we kunnen doen

glim de dag af
lach