Oerol heeft veel meer te bieden dan je in je eentje kunt meemaken. Gelukkig stelt dagkrantredacteur Matthijs van Rumpt zich iedere dag beschikbaar als De Invaller, waarin hij de plaats inneemt van iemand die zelf ergens niet aan toe komt. In de achtste en een-na-laatste editie van deze serie is hij De Invaller van Mandy.
Bij Hoorn aan het strand spreek ik af met Mandy. Een aantal dagen geleden kreeg ik van haar een mail. “Ik heb een zware tijd achter de rug”, schrijft ze. “Een dagje rust zou me goed doen, maar ik wil mijn partner Paul niet alleen laten gaan.” Ze vraagt me daarom of ik haar Invaller zou willen zijn bij Passing On, de voorstelling van Werkplaats van de Woestijne.
Mandy gaat graag naar ervaringstheater op Oerol. “Even alles loslaten en je helemaal overgeven aan de ervaring. Dat vind ik heel mooi en in het dagelijks leven ook altijd heel moeilijk.” Mandy heeft namelijk autisme en zit al bijna drie jaar thuis met een autistische burnout. “Voor mij is alles wat afwijkt van het normale erg lastig en stressvol. Maar op Oerol kan ik me iets vrijer voelen zonder dat het m’n hele stress omhoog raakt. Ik hoop daar ook altijd iets van mee te nemen naar het vasteland, zodat ik het daar ook weer wat makkelijker kan krijgen.” En dus schrijft ze haar naam op mijn naamsticker, en loop ik in de plaats van Mandy met Paul naar het begin van Passing On.

Ik, Mandy, sta in de rij met Paul. We moeten al onze spullen inleveren, krijgen een koptelefoon op ons hoofd en een oogmasker mee. Paul vertelt over de afgelopen dagen, vlak voor Oerol. Hoe er een grote lekkage was ontstaan in het huis van mijn zieke vader, en Paul tot de dag voor vertrek druk was met het vervangen van leidingen en elektra. Hoeveel stress daar bij kwam kijken.
Dan lopen we om de beurt het duinpad over. De stem in mijn koptelefoon begint te spreken, en Paul en ik raken elkaar uit het zicht. De stem vertelt me dat we in een tussengebied zijn, tussen het leven en de dood, en wijst me naar een plek waar iemand geblinddoekt op een stoel zit. Iemand die mij niet kan zien, een vreemde. Ik ga tegenover haar staan. We luisteren allebei naar een andere stem op de koptelefoon. Ik kijk haar aan, biedt haar mijn arm en we beginnen te lopen.
Wat er vervolgens allemaal gebeurt, zal ik hier niet te veel uit de doeken doen, en zal ook voor iedereen anders zijn. Maar laat ik zeggen dat ik na afloop blij was dat ik even in mijn eentje op het strand stond en de wandeling terug lang was.

Paul en ik komen elkaar weer tegen bij de ingang en kijken elkaar zwijgend even aan. We gaan bij de echte Mandy zitten, die op ons heeft zitten wachten. Ze heeft een beer op schoot, Oertje de Oerol-beer. Terwijl ik een Invaller voor Mandy ben, is Oertje dat voor Paul. “Het helpt bij alle prikkels. Dan ben ik niet alleen als Paul alleen naar voorstellingen gaat. Want normaal vangt Paul veel op.”
Terwijl ik nog wat zwijgend om me heen kijk, begint Paul over zijn ervaring van zojuist. “Echt een stukje loslaten. Mensen zijn voor mij belangrijk, maar ik ook voor hen. Uiteindelijk stopt dat, maar je bent er dan toch voor iemand geweest. Dat vind ik een mooi idee.”

Paul en Mandy zitten naast elkaar op het picknickkleed. Ze houden elkaars hand vast. “Het idee dat je iemand meeneemt en dan moet loslaten”, zegt Paul. “Dat is niet altijd makkelijk. Ik ben er straks niet meer, en dan hoop je maar dat het goed gaat.”
Met Oertje op schoot luistert Mandy mee. “Dit is mooi”, zegt ze tegen ons. “Normaal praten wij dit na met elkaar. Fijn dat hij dit nu toch met iemand kan doen.”
*
Wil jij net als Mandy (de invaller) en Paul naar Passing On? Koop hier je kaartjes.




