Ter inleiding

Beeld: Wm. T. M. Forbes, The Wing Folding Patterns of the Coleoptera (1926)

Gisteren sprak ik bij Café de Vijfpoort met een leuke vreemdeling enthousiast over een bijzondere vlinder, de Koninginnepage. Ze liet op haar telefoon een foto zien van de pracht van de rups; lichtgroen met oranje en zwarte schilderstreken over de bolle rug. Toen ik naar huis fietste, was ik ervan overtuigd dat op Oerol dit soort gesprekken eerder plaatsvinden dan op elke andere plek. Ja, ik wist het zeker, Oerol is een magneet voor mooie toevalligheden als deze.

Bijna thuisgekomen zag ik bij Camping De Kooi een latertje. In het halfdonker was een jongen zijn opgooitent (ook wel bekend als pop-up tent) aan het opzetten. In een oogwenk plopte het geval in zijn ronde vorm en lag het bolle gevaarte in het gras. Ik verbaasde me over het vernuft van de tent en dacht weer aan de insectenwereld. Kevers hebben dit vernuft ook. Hoe hun vleugels opgevouwen onder hun harde schild liggen, is het beste te omschrijven als ‘complexe origami’. Onderzoekers hebben tal van verschillende vouwmanieren bij de kevers ontdekt, en de ene is nog vernuftiger dan de andere. Jammer voor de jongen met de opgooitent: er is maar één heel lastige manier om de tent weer op te vouwen (draai de tent tot een 8 en vouw hem dubbel, prop het in de ronde zak). Daar zijn de kevers toch echt beter in.

In dit nummer, Natuurlijk lichaam, lees je over een eiland op de rug van een walvis, een innige omhelzing van twee vreemdelingen in de branding en een wonderlijke reeks van hand- en armgebaren, te vinden Oerol. En mocht je vandaag zoals ik ook een enthousiaste vreemdeling tegenkomen, geef deze een aai over de schouder.