Sabine Pater: ‘Oerol is een ritueel van bij elkaar, jezelf en de natuur’

Beeld: Sabine Pater | Foto: Leila van Wetten

Nog één laatste dag en dan zit de 45e editie van Oerol er écht op. De Dagkrant neemt de balans op met Sabine Pater – artistiek directeur – over Oerol als overgangsritueel. Wat nemen we mee? Wat laten we achter?

 

Wat heb je vandaag gedaan?
Ik ben net naar Passing on geweest van Werkplaats van de Woestijne, een audio-ervaring en een wandeling. In deze intieme voorstelling maak je een reis met een onbekende. Het is een verkenning van het niemandsland dat we betreden als we sterven, overgangsrituelen die gaan over rouw en loslaten. Als het festival begint, kijk ik vaak eerst of alle grote, meer collectieve dingen, werken. Als we een paar dagen onderweg zijn, dan focus ik op de kleinere onderdelen, zoals zo’n één-op-één ervaring. Het festival heeft verschillende lagen waar je op allerlei manieren doorheen kunt bewegen. Je mag jezelf best een paar dagen de tijd geven om je onder te dompelen in het programma en het Oerol-gevoel.  

Hoe gaat het met ’t Oerol-gevoel? Is het overal?
Het moment dat we met Dolf Jansen in gesprek waren over zijn voorstelling, viel samen met de observatie van een Oerol-bezoeker die Oerol omschreef als een soort oud en nieuw ritueel. Dat nodigde ons uit Oerol te observeren als een moment waarin je denkt: waar sta ik? En waar wil ik naartoe? Dolf Jansen staat met zijn HalfJaarsConference op verschillende locaties op het eiland en geen enkele show is hetzelfde. Dat is typisch Oerol, met veel locaties, hyperactueel, bruisend van plezier en hoge kwaliteit. Oerol laat zien wat er allemaal aan kunsten kan zijn. 

Wat is dat typische Oerol dan?
Er bestaat geen ander Oerol, het is uniek wat hier gebeurt en daar zijn we ons bewust van. Dat Oerol zich niet alleen afspeelt op het festivalterrein, of tijdens een voorstelling, maar ook daaromheen, is iets waar we als organisatie steeds meer oog voor hebben. Dat is niet per se nieuw, maar krijgt wel onze onverdeelde aandacht. Er zijn blokkenschema’s, maar er zijn ook ruimtes daaromheen en die kun je ook programmeren. Zoals makers ook de route naar hun voorstelling kunnen regisseren. Binnen het totaal van ervaringen nemen we de zachte regie over de beleving rondom voorstellingen. Het creëert bij makers een bewustzijn van dat wat je niet in de hand hebt. De aandacht daarvoor en daar ook ruimte voor laten in het programma, dat is typisch Oerol.

Je beschrijft Oerol wel als een overgangsritueel, waar staan we nu?
Als bezoeker bekijk je het hele programma, het eiland en dat wat daar omheen is. Wij sturen dat met zachte en zelfverzekerde hand, we laten het niet zomaar gebeuren. In gesprekken met makers nemen we dat mee. Zoiets kan een heel persoonlijk proces zijn. Voorstellingen als An Elegy van Studio Vacuüm / NKK NXT of Spiral van Danstheater AYA / Anne Suurendonk, laten je verplaatsen in anderen, en luisteren naar meer dan jezelf. Oerol is een ritueel van stilstaan. Stilstaan bij elkaar, jezelf, de natuur.

Tegen het einde van de audiowandeling van Passing on, kwam er een moment dat je je mocht voorstellen dat de mensen die bij je horen en met je meelopen, achter mocht laten. Dat klinkt zwaar, maar mij gaf het een gevoel van gedragen te zijn. Dat je opgetild wordt. Dat je je onderdeel voelt van een geheel, nietig en groots tegelijkertijd. En ik hoop dat bezoekers dat meenemen van het festival.