Schapenhoeden en schimmels (en amper teken)

Beeld: De kubus met nevel, terwijl Ruben de Rooij uitleg geeft over hoe de installatie werkt | Foto: Jan van Tienen

Als je gefascineerd bent door teken, zoals Jan van Tienen, dan zie je ze gemakkelijk terugkomen op andere plekken. De titel van Koen Frijns’ voorstelling Schapenhoeden op een onbewoond eiland bijvoorbeeld doet sterk denken aan de op Terschelling aanwezige Ixodes ricinus (Schapenteek). Maar ook Ivan Henriques’ installatie Ecoshroom, die bevraagt hoe mensen, de natuur en technologie evenwichtiger en duurzamer kunnen samenleven roept direct vragen op over teken (voor mensen die veel over teken nadenken). Jan sprak beide makers over hun werk.

Ecoshroom

Ivan Henriques maakte met Ecoshroom een prachtige installatie in het Bommengat, een bosje in de duinen in de buurt van Midsland. Een kubus doemt op tussen de bomen, de basis van de kubus is bedekt met een stapel droog loof, van het soort waar ook vele insectensoorten graag in vertoeven. Op vier hoeken van de kubus staan zwarte compost-tonnen met plastic slangen eruit. Die zijn bedoeld om de plantenvoedingsstoffen die uit het compost worden gewonnen terug te leiden naar de planten in de kubus. Eens in de zoveel tijd sproeien vernevelaars water over de kubus en de planten erin. Op koptelefoons die erbij staan is een soundscape te horen die samen met de mist uit de vernevelaars een ronduit serene sfeer creëren, die voortduurt, zelfs als het echt erg druk is door de vele bezoekers bij de kubus.

Een man luistert naar de geluiden die de kubus maakt | Foto: Jan van Tienen

Ecoshroom is onderdeel van een onderzoek waar Henriques al meer dan vijftien jaar aan werkt: de symbiose tussen planten, schimmels en technologie. “Inmiddels is daaruit een ‘familie’ van veertien machines voortgekomen”, zegt Henriques, die inmiddels niet meer op het eiland is. “De kubus in het Bommengat, S.O.I.L., is de tweede versie. De eerste ging over ‘leren’, deze nieuwe gaat over ‘begrijpen’; een derde, communicerende versie moet nog komen. Op de kubus groeien planten als pompoen, aardbei en framboos, die er in symbiose leven met de mycorrhiza-schimmels. Sondes nemen elektrische en andere signalen waar die zij uitwisselen, en leggen vast wat de regen, CO₂, luchtvochtigheid en zo meer doen met die signalen. Al die data bij elkaar trainen een AI, die dus niet door mensen, maar door non-humane cognitie wordt getraind. En van die data wordt dan weer een soundscape gemaakt.” 

Dat is dus de soundscape die je hoort op de koptelefoon! Ik vraag Henriques ten slotte of er ook insecten in de aarde van de kubus zitten, en hij zegt lachend dat hij er wel degelijk slakken heeft gezien. “En teken?” Nee, geen teken, denkt hij. “Wel is er een project met studenten van me die zich over de teek hebben gebogen”, zegt hij dan. “Komende vrijdag is de presentatie ervan in Rotterdam.” Ik vertel hem dankbaar dat ik erover nadenk naartoe te komen, en bedenk dan dat ik hoognodig Koen Frijns wil spreken.

Koen op het podium in het West-End Theater | Foto: Nichon Glerum

Schapenhoeden op een onbewoond eiland

“Het stuk ging hier op Oerol in première en het ging goed, straks (dinsdag 16 juni – redactie) speel ik ‘m nog drie keer, ik ben heel tevreden met hoe het is gegaan”, vertelt Koen Frijns. “De voorstelling is een seminar over schapenhoeden op een onbewoond eiland, Willa Fyr. Het is gebaseerd op die keer dat ik tien jaar geleden een kleine drie weken op dat eiland in Noorwegen ben geweest. Het was een miserabele, vreselijke ervaring, en het duurde ook vreselijk lang voor ik er überhaupt iets over kon maken of schrijven.”

De sleutel om wél iets over die tijd te kunnen zeggen kwam toen Koen het verbond aan een ‘persoonlijk drama’ in zijn leven, wat ook in die tijd plaatsvond. Die gebeurtenis wil hij liever niet prijsgeven om de inhoud van het stuk niet te verklappen, maar terwijl hij het vertelt, voel ik me ineens bezwaard om over teken te beginnen.

“Dat persoonlijke drama gaf de juiste lading aan de tijd op het eiland, en door het als een seminar te brengen over schapenhoeden, viel het op zijn plek.” Schoorvoetend vraag ik of hij, als hij zo met schapen bezig was, dan ook niet een paar teken heeft gezien. “Ha, nou, ik werd door een paar Noorse zalmschippers naar het eiland gebracht en zij vertelden me dat er in maart niet zoveel teken zaten. Ik heb er geen gezien. Vooraf gezien was dat wel mijn grootste angst.” 

Hoewel de teek geen rol speelde tijdens zijn verblijf op Willa Fyr, was angst wel een belangrijke factor: “Je bent op jezelf aangewezen, en vooral als je erachter komt dat je niet de bushcrafter bent waarvan je had gedroomd, wordt dat eiland nog stukje vijandiger”, zegt hij. De teek nam overigens op een andere manier wraak: vorig jaar had Koens dochtertje van 2,5 (nu 3 jaar) een tekenbeet te pakken op Terschelling. Koens dochtertje is gelukkig in goede gezondheid, maar zo zien we eens te meer dat het zaak is alert te blijven. 

*

Goed, mocht je zelf een gierende fascinatie hebben, weet dan dat je die te alle tijden op kunt brengen bij kunstenaars die je over hun werk spreekt, maar weet ook dat het een tikkie ongemakkelijk voor jezelf kan zijn. Blijf goed uitkijken in het hoge gras, de bosjes en het rulle loof!

 

Ecoshroom – S.O.I.L. is dagelijks vanaf 10.00 uur te zien bij Bommengat (23), gratis toegankelijk met je festivalbandje. Koen Frijns’ Schapenhoeden op een onbewoond eiland is helaas niet meer te zien tijdens Oerol, hou de theaters in de gaten om te zien of het werk daar in reprise gaat