Thee drinken met nieuwe Oerol-directeur Mikey Martin

Je hoefde niet eens zo heel goed op te letten of je zag hem deze dagen rondlopen: de nieuwe, aantredende algemeen directeur van Oerol, de Britse (of eigenlijk: Cornish) Mikey Martins, die Siart Smit opvolgt. Wij vroegen ons af wat Martins mee zou nemen van zijn vorige functies en levens als straattheatermaker en directeur van Freedom Festival in Hull (Engeland), en wat hem verraste tijdens het meelopen met Oerol 2024. Mikey bestelde voorafgaand aan het gesprek een smaakvolle mix van gember en munt-thee en dronk die met een flinke dot honing. Mikey Martins praat verder vriendelijk, opgewekt en met veel humor en in het Engels, wat we zo goed mogelijk hebben geprobeerd te vertalen.

Dagkrant: Hoe maak je het?
Mikey Martin: “Goed, heel goed! Ik was vanochtend bij een interessante discussie met kunstenaars over wereldwijde culturele financiering in een wereld met complexe kapitalistische systemen en daarna heb ik in het bos gedanst met Collectief Walden. Een heel gevarieerde dag al en een interessante dag. Hoe gaat het bij de Dagkrant?”

Ah, o, ook goed, denk ik. Lezers lijken de online-variant wat meer in het hart te hebben gesloten, de papieren krant wordt minder vaak met verdriet in de stem genoemd.
“Niemand houdt van verandering!”

Zegt de nieuwe man.
“Haha, ja, ach. Soms moeten we geduld hebben met verandering.”

Je stond in 2005 al eens op Oerol, destijds in het programma als straattheatermaker. Kan je daar meer over vertellen?
“Dat is lang geleden, in een vorig leven bijna alweer. We speelden toen The Incredible Bull Circus. Het was een typisch Britse vorm van straattheater, in de voorstelling ging bijna alles opzettelijk mis, op komische, kluchtige wijze. Het was een parodie op een circus-act, vol slechte grappen zat en met een Monty Python-achtige absurde humor. We speelden dat in 2005, en dat was het twee na laatste jaar dat ik als als theatermaker werkte. Ik heb dat bijna 20 jaar gedaan. Wij hadden het geluk dat we veel internationaal mochten toeren en zodoende was ik geïnteresseerd geraakt in het mechanisme van hoe een theaterfestival organiseren werkt. Op een bepaalde manier is het óók een show maken. Het is een hele grote, complexe show, met heel veel mensen die erbij betrokken zijn. Dat vond ik geweldig. Ik ben overgestapt van theatermaker naar programmeur, producent, regisseur en festivalorganisator. Ik heb in veel verschillende rollen gewerkt om het geheel te begrijpen.”

Mikey Martin op Oerol
Mikey, op de laatste vrijdag van het festival (foto Lisa van der Rhee)

Hoe introduceer je jezelf aan mensen die jou niet kennen?
“Het hangt ervan af met wie ik spreek. Dat is ook een van de uitdagingen en het geweldige gedeelte van een festivaldirecteur zijn: dat je met zoveel verschillende mensen contact hebt. Van publiek, tot geldschieters, tot politici, tot mensen van het eiland, kunstenaars – je moet altijd een beetje een kameleon zijn, je moet echt luisteren naar mensen en je vervolgens aanpassen. Dat vind ik ook zo goed aan festivals, ze hebben al die verschillende narratieven die tegelijkertijd plaatsvinden.

Dat gezegd hebbende: ik zie mezelf in de eerste plaats als creatief persoon en als iemand die ervoor werkt om creativiteit in het algemeen te ondersteunen. We hebben allemaal creativiteit, jij met je schrijven bent een kunstenaar, de mevrouw die achter je koffie drinkt is ook een kunstenaar. Ieder mens die de kans en ruimte krijgt creatief te zijn wordt creatief, het zit in ons DNA als mensen. Ga maar na als je aan de pandemie terugdenkt en hoe mensen daar doorheen kwamen, daar kwam veel creativiteit bij kijken.

Als creatief persoon hou ik er van om momenten te maken die de samenleving eventjes onderbreken, momenten die het normale leven net even minder normaal laten zijn. Festivals doen dat op zo’n geweldige manier. Tijdens de tien dagen op Terschelling is dat afwijkende juist de norm. Als festivaldirecteur en als kunstenaar vind ik het mooi daaraan bij te dragen. En ik heb ook altijd wel een perverse aantrekkingskracht gevoeld tot verantwoordelijkheid en organiseren. Ik was ook keeper in het voetbalteam, en wicket-keeper in het cricket-team. Ik hou van rollen waarbij je het beste uit anderen kunt halen.”

Mikey Martin voorafgaand aan het festival
Mikey, voorafgaand aan het festival (foto Nichon Glerum)

Waarom is dat pervers, of wat is er pervers aan die aantrekking?
“Ik denk dat veel mensen denken: ‘mijn god, dit is wel het laatste waar ik op zit te wachten. Ik wil naar werk gaan en naar huis en het dan vergeten’. Maar als je in de kunst werkt, vergeet je nooit je werk. Je stopt nooit met denken. Je leert wel te stoppen met werken maar je houdt nooit op met erover nadenken.”

Hoe is je festival tot nu toe?
“Ja, het is weer een geweldige editie. Het is ook leuk het nu van achter de schermen mee te maken. Het is een luxe om het van deze kant te zien, de opbouw van de laatste zes weken te zien en om heel dichtbij het team te zijn, maar met genoeg afstand zodat ik heel veel verschillende mensen vragen kon stellen en een objectieve blik kon houden. Het team van Oerol is geweldig toegewijd, mensen zijn heel verwelkomend en warm en genereus.”

Heb je al een favoriete festival- of eiland-ervaring?
“Oeh, ik heb er twee. Nou, ik doe er een. Ik had mijn auto meegenomen uit Engeland, en langzamerhand raakte de tank leeg op het eiland. Ik bleef maar langs de benzinepomp op het eiland rijden, maar het is niet de standaardpomp waar je met je pinpas betaalt en weer weggaat. In mijn hoofd werd het iets groots en zwaars en een beetje intimiderend, puur en alleen omdat ik niet precies snapte hoe de plek werkte, hoe de regels daar waren. Maar toen raakte de tank echt leeg en moest ik wel. Dus ik rijd erheen en begin te tanken en toen was daar ineens een man, Piet, die ‘hallo, jij moet Mikey zijn’ zei, en toen ontstond er direct een geweldig gesprek tussen ons. Hij wist dat ik de nieuwe directeur was, en hij vertelde me toen allerlei verhalen over opgroeien met Joop Mulder. Het was maar iets kleins, maar het was tegelijkertijd een metafoor: een plek die ik niet volledig begreep werd getransformeerd tot een vriendelijke plek waar ik nu, als ik er langsrijd, altijd naar Piet van het tankstation zwaai.”

Was er iets achter de schermen van Oerol dat je verraste?
“Ik ben vaker bij Oerol geweest dus ik weet niet zeker of verrassing het goede woord is, maar ik was in ieder geval geraakt door het gevoel van familie dat er heerst achter de schermen. Iedereen at met elkaar samen, en iedereen checkt de hele tijd bij elkaar hoe het gaat. Dat is echt heel bijzonder. Bij een festival werken is normaal al zwaar, maar voor Oerol geldt dat het nog dubbel zo zwaar is, omdat het in de natuur is en op een eiland is. Waar ik wel echt verrast door was, was hoeveel van die chocolate sprinkles mensen op hun brood doen. Ze doen er echt veel op. En op crispy toast ook nog eens, met veel boter.”

Lekker?
“Ja, toch wel. Ik was sowieso verrast door de snacks. Ik ben ook verslaafd geraakt aan, kom, hoe heet het, apple stroop? Ja, dat is echt lekker. Ik ben ook Nederlandse les aan het volgen met een privéleraar. Ik doe geen beloftes, maar we zullen zien of het me lukt Nederlands te spreken. Ik zit nu op het niveau van een twee-jarige, denk ik.”

Hoe wijkt Oerol af van Freedom Festival in Hull, waar je directeur van was, en in welke zin komt het overeen?
“Ik denk dat Freedom Festival op zichzelf al vrij afwijkend is, omdat het is opgericht om de nagedachtenis van William Wilberforce te vieren, een Britse politicus uit de 18e en 19e eeuw die erg betrokken was bij de strijd om de afschaffing van de transatlantische slavernij. Tijdens Oerol zijn er ook veel werken te zien die gaan over sociale betrokkenheid, waarin vragen worden gesteld over sociale verandering en vrijheid. Dus dat is dan zeker een overeenkomst, net als de schaal waarop multidisciplinair geprogrammeerd wordt. Een belangrijk verschil is denk ik dat het Freedom Festival in een postindustriële stad wordt gehouden, waar de kunst gratis wordt aangeboden in de publieke ruimtes. Hier zitten we op een prachtig eiland, waar we een heel andere benadering hebben van hoe we de ruimtes gebruiken en wat de kosten en planning daarvan zijn. Wat ik trouwens wel interessant vind is dat je hier bands, optredens, installatiekunst, straattheater, debatten, beeldende kunst en theater aantreft, maar dat mensen toch over een theaterfestival spreken. Ik zou het in eerste instantie als kunstfestival omschrijven, in Engeland hebben we dat onderscheid denk ik niet. Het zet me ook aan het denken over wat theater nou precies is.”

Wacht, die volg ik even niet.
“Nou, ik bedoel dat Oerol zelf de grenzen oprekt voor mij van wat theater is. In 2011 was ik op Terschelling voor Oerol, en zag ik de voorstelling Walking van Boukje Schweigman en Theun Mosk. Bezoekers liepen 3 à 3,5 uur langzaam door de natuur, die was ingericht met sculpturen van Theun. Je kon niet op je telefoon kijken, en de wandeling en de aandacht maakten dat de natuur en de ervaring zelf het theater werden. Wij haalden die prachtige voorstelling met het Norfolk and Norwich Festival naar Engeland, wat tegelijkertijd een prachtige samenwerking was. Op die manier heb ik ook Joop Mulder en Kees Lesuis ontmoet.”

Mikey Martin

Mooi.
“Ik wil heel graag nog wat zeggen over de inspiratie van Kees Lesuis. Hij was zoals je weet jarenlang de artistiek leider van Oerol en is nu hoofd van internationale ontwikkelingen en hij gaat later dit jaar met pensioen. Hij heeft zo’n grote invloed op mijn carrière gehad. Als vriend, als mentor, als inspirator. Ik heb Kees leren kennen via het InSitu-netwerk, een samenkomen van theaterprofessionals uit heel Europa die met elkaar creatieve projecten en praktijken ondersteunen. Ik heb daar zoveel geleerd van Kees over hoe je kunstenaars ondersteunt, hoe je naar ze luistert, hoe je ruimte voor ze maakt om groot te dromen, in plaats van dat je ze vertelt wat ze moeten doen. Je bent er voor ze om die ruimte voor ze te creëren. Kees gaat weg, maar zijn vingerafdruk blijft. En ik ben heel blij om samen te werken met Sabine Pater, ze is een ongelofelijk getalenteerde theaterprogrammeur. Zij heeft dat zelfde zorgzame kwaliteit als Kees, ze koestert kunstenaars en hun ideeën, maar ze durft ook risico’s te nemen.”

Dank! Tot slot?
“Ik kijk ernaar uit met het hele team, de hele organisatie en met de mensen van Terschelling samen te werken. Het is zo’n intens getalenteerde groep mensen en ik denk dat het mijn rol is iedereen te ondersteunen. Leiderschap draait om hoe je de bus bestuurt, of hoe je de bus rijdend houdt? Ik ben niet per se degene die voorin gaat zitten schreeuwen, ik ga in het midden van de bus zitten om te zien wie wat nodig heeft en, nou, ik heb er veel zin in.”

Mikey Martin portret