Beeld: Berbe Rinders

Als je het op Terschelling niet kunt vinden, dan heb je het waarschijnlijk ook niet nodig

Ieder jaar komt Sanne van Balen in een nieuwe rol naar Oerol. Ze was al eens vrijwilliger, bezoeker, schrijver, en maker in het beeldende kunstprogramma. Deze editie is schrijft ze voor de Dagkrant. Hoe verhoudt deze nieuwe rol zich tot haar handelen, haar rituelen? En die van Oerol?

Iemand zei me eens: ‘Als je het op Terschelling niet kunt vinden, dan heb je het waarschijnlijk ook niet nodig’. Aan die uitspraak moet ik denken als naast mij op de boot een gezelschap alles opsomt wat ze thuis zijn vergeten: cameratas, het handige zakmes met schaar, zo’n zitkussentje, dat ene setje schroevendraaiers, iets herkenbaars om de huurfiets mee te versieren. Wat heb ik eigenlijk allemaal thuis gelaten? Een relatie, een kat, een huis dat soms schoongemaakt moet worden, een drietal bijbanen, het nieuws van alledag, oordelen. Ja, dat heb ik thuis gelaten en met opzet. In welke rol ik dan ook naar Oerol kom, het lijkt wel een ritueel geworden dat ik dagelijkse beslommeringen parkeer op Harlingen Haven.

Ik zit op het dek van De Vlaming en terwijl ik mijn gezicht insmeer met zonnebrand, besef ik dat ook dat een ritueel is. Waar ik over het algemeen zelden crèmes opsmeer, laat staan bij me draag, in ieder geval niet als ik bijvoorbeeld een noodzakelijk stukje fiets, grijp ik op Terschelling voortdurend naar de zonnebrand. Ik heb een feloranje tube die in iedere broekzak of handtas past. In diezelfde tas berg ik mijn sleutelbos op in het vakje met rits, ook dat is een ritueel. Op Oerol heb ik geen huissleutels nodig.

Een vriendin die ik ieder jaar op Oerol tref, zei: ‘dit jaar ik kom niet want ik vind het belangrijk dat het geen ritueel wordt’. Ik begreep wat ze bedoelde en tegelijkertijd begreep ik het totaal niet. Het bijzondere met Oerol vind ik het vermogen een festival dat je al kent, toch als nieuw te kunnen ervaren. Wat is er precies voor nodig om het Oerolgevoel in jezelf op te roepen? Wanneer is iets een ritueel? Hoe vaak moet het hebben plaatsgevonden? Welke rituelen zijn er eigenlijk op Oerol? Ik kijk om me heen, zijn er misschien medezonnebrandsmeerders? Anderen die ook hun tubetje al uit de handtas hebben gepakt? Ik besluit op de boot wat rond te vragen naar eerste handelingen om het Oerolgevoel te laten beginnen. Ik kom tot deze opsomming:

Een foto maken van de vlag ‘Oerol begint hier’.

Het weerbericht bespreken.

Naar de viskraam. De tweede viskraam. Nee die eerste. (3x gehoord)

Te vroeg komen en te laat weggaan.

De eerste avond uit eten bij de Zandzeebar.

Poncho’s thuislaten. Zoals ieder jaar.

De herinneringen van vorig jaar ophalen.

We nemen altijd bepaalde waxinelichtjes mee die we nooit gebruiken.

Meteen naar de groothandel om wijn in te slaan.

Op hetzelfde plekje op dezelfde camping staan. Zon in de avond en dichtbij het toiletgebouw.

Opletten op de fiets. Omdat Oerolgangers met van alles bezig zijn maar niet met de verkeersregels.

Eerst de bagage wegbrengen en dan de tent opzetten. Daarna fietsen huren.

Ik neem altijd acht kilo kaas van de kaasboer mee.

Elk jaar hetzelfde huisje boeken.

De langzame boot nemen. (4x gehoord)

Een biertje drinken in West. (2x gehoord). Een blik bier op de boot drinken.

De fietstocht van West naar Midsland, dat kale stuk.

Geen ritueel. Gewoon tas pakken en gaan. Het wordt elk jaar anders.

Misschien is dat wat ik dit jaar op Oerol wil onderzoeken, de rituelen. Om daarmee iets te vinden wat ik niet nodig heb, iets te ontdekken waarvan ik meteen herken dat ik het miste. Zoiets. En hopelijk ben ik in ieder geval over tien dagen vergeten in welk vakje ik mijn huissleutels ritueel heb opgeborgen.

Ga je een ritueel uitvoeren deze week, ben je een rituelenexpert of heb je een heel specifiek Oerolritueel, neem contact met me op via [email protected] of ga naar De Streken, het kunstwerk van Marc van Vliet, waar Sanne op zondag 14 juni de hele dag – van zonsopgang tot zonsondergang – bivakkeert.