Hoe zeg je iets goeds over falen?

Jan van Tienen bezocht Droplines, een voorstelling over falen aan de hand van jongleerballetjes. Jongleur Harm van der Laan en regisseur Maartje Bonarius vertellen over succesvol falen.

Spelers Anna Emilie Pedersen, Pieter Visser en Harm van der Laan (die ook het concept bedachten met regisseur Maartje Bonarius) gooien de sterren van de hemel, maar laten ook zien dat je binnen het falen zowel succesvol kunt zijn als alsnog kunt falen. Door te tonen hoe je als jongleur om kunt gaan met het laten vallen van ballen die je eigenlijk in de lucht moet houden, ontstaat een verhaal met een kop en een staart. Maar hoe doen ze dat in hemelsnaam? Hoe zet je aan de hand van een handvol scènes in een 50 minuten durende voorstelling met amper tekst een prachtige boodschap over falen en omgaan met dingen die anders lopen dan je hoopte?

Hoe geef je mensen puur door te jongleren iets wezenlijks mee?
Maartje: “Jongleren is onze taal. Wij werken met circus en circus is de manier waarop we dingen vertellen. In dit geval is jongleren superrijk, want falen is inherent aan jongleren: je bent continu bezig met zwaartekracht, je hoeft maar even met je ogen te knipperen en de bal ligt op de grond. En dan ziet iedereen het, ook het publiek. Hoe deal je daarmee? Als jongleur deal je daar op verschillende manieren mee, en die manieren kom je ook tegen in het dagelijks leven: je verbergt je fouten, of je geeft een ander de schuld. Iedereen heeft z’n manieren om ermee om te gaan. En die mechanismen leggen we bloot in de voorstelling.”

Harm: “Het grappige is ook dat je als jongleur aan het oefenen bent, fouten maken erbij hoort. Dat is logisch: het is de enige manier om het te leren. En zodra je op het podium staat, kantelt dat: dan zijn fouten maken – zoals een bal laten vallen – echt heel vervelend. Daarom dachten we ook dat dat een interessant vertrekpunt is.”

Maartje: “We voelen trouwens ook als makers dat die prestatiedruk erop ligt. Het moet goed zijn en wij moeten presteren. We wilden daarom ook ruimte maken voor het falen. Want juist door dat falen neem je risico’s en bereik je meer. Dus de voorstelling is ook een pleidooi voor meer mogen falen. Je mag het vieren!”

 

En hoe kom je dan tot een scène, als je zulke boodschappen wil vertellen via het jongleren? Welke scènes en ideeën halen het wel, welke niet?

Maartje: “Luke Wilson (vermaarde jongleur – JvT) is een inspiratiebron geweest. Hij heeft geschreven over verschillende manieren van ‘droppen’, je bal laten vallen, en zijn filosofie daarover hebben we doorgelopen, en daar zijn we mee aan de slag gegaan. We hebben zijn vraag iets gewijzigd. Dus niet ‘hoe kan je de bal op zeven manieren laten vallen?’, maar juist: ‘hoe kan je als je de bal hebt laten vallen er op zeven manieren mee omgaan?’ Die strategieën die dat opleverden bracht ons weer tot choreografieën, tot vragen als ‘wat als die drop onderdeel is van de choreografie zelf?’”

Harm: “Er bestaat zoiets als risicoloos jongleren. Dus het is interessant om na te denken over de vraag hoe je dat risico juist zo groot mogelijk kan maken. Want uiteindelijk gebeurt er niet zoveel als er een bal valt, dus het is de vraag hoe je dat dan toch voelbaar maakt voor het publiek, dat je voelt dat er echt iets op het spel staat. Dat is waar we uiteindelijk naar zoeken. Een scène haalt het wel of niet als de scène uiteindelijk over meer dan jongleren alleen gaat.”

Maar dat dat uiteindelijk gelukt is, blijkt wel uit de reacties.

Maartje: “Het is echt heel leuk om de reacties van het publiek te horen, omdat het soms zo herkenbaar is voor mensen. Laatst was hier een zakenman met een hoge baan in een bedrijf. Die komt dan hier en is dan echt ontroerd.”

Harm: “In tranen.”

Maartje: “Die zegt dan: ‘ik herken het zo. Ik kan ook die fouten niet maken. Jullie laten zo goed zien waar ik mee struggle.’”

Harm: “We hebben ons ook heel erg afgevraagd: wat is het verschil tussen een fout maken en falen? En uiteindelijk is dat de blik van de ander, of die er nou daadwerkelijk is of niet. Als je thuis iets laat vallen denk je ‘foutje’. Doe je dat op een terras, dan is dat al heel anders. Daarom is het publiek zo belangrijk, daarom zijn de reacties uit het publiek zo belangrijk.

Soms heb je ook zo’n kindje dat dan, als een van de spelers een bal laat vallen roept: ‘Geeft niet joh! Gewoon nog een keer proberen!’ En dat is te gek.”

*

Droplines van Tall Tales Company is elke dag tweemaal te zien. Kijk hier voor meer informatie.  

Pieter Visser, Anna Emilie Pedersen, Harm van der Laan en Maartje Bonerius
Beeld: Pieter Visser, Anna Emilie Pedersen, Harm van der Laan en Maartje Bonerius
Scènebeeld uit Droplines (beeld van makers zelf)
Beeld: Scènebeeld uit Droplines (beeld van makers zelf)