Als redacteur van de Nachtkrant moet ik het vooral van alles buiten het programma hebben, want er zijn geen voorstellingen die écht in de nacht spelen. Toch begint het invallen van de nacht gevoelsmatig al wel rond een uur of 10. Tot mijn grote vreugde hoor ik dat regisseur Sarah Moeremans op dat moment een voorstelling heeft en daar ook nog eens veel waarde aan hecht. Ik ga naar Not Quichot van het Zuidelijk Toneel.
Sarah, de nacht lijkt bij jullie niet alleen een praktische reden te hebben. Klopt dat?
Dat klopt. Het spelen tijdens het invallen van de nacht heeft veeleer een spirituele reden. Het gaat mij erom wat er tussen ons gebeurt als we samen in de nacht zijn.
Zoiets hoorde ik al van iemand. Hoe is dat zo gekomen?
Ja, dat is wel een leuk verhaal. Toen ik voor het allereerst naar Oerol kwam voelde het eigenlijk als een moetje. Ik was een jonge maker en had een voorstelling bij NNT gemaakt. Als cadeautje mocht ik naar Oerol. Maar dat voelde voor mij niet als een cadeau. Het was een stuk met veel taal. Bij Oerol had ik het idee dat er vooral voorstellingen met weinig woordjes in een duinpan gespeeld worden, terwijl het zand om je heen stuift.
Uiteindelijk bleek dat gelukkig anders. Op Oerol bleek dat je echt anders over locatie en invloeden kan gaan nadenken. Ik ben een soort Oerol-verslaafde geworden, omdat je hier het duidelijkste kan spelen met wat de werking van een live belevenis in de open lucht is.
Waarom vind je dat zo interessant?
Nou, bij theater zijn we vooral aan het manipuleren en naar onze hand aan het zetten. Dat is waar mensen voor komen: meegenomen worden in onze wereld. Voor mij is het belangrijk dat het publiek en het gespeelde in dezelfde wereld is. Daarom spreken we het publiek ook aan: ze hebben een rol en maken deel uit van een verhaal. Maar het beste werken verschijnselen waar je geen invloed op hebt waar je toch met z’n allen in zit.

Hopelijk is dat iets met de nacht?
Zeker! Het vallen van de nacht is daar het mooiste van. Een ontwikkeling in de avond is zintuigelijk heel ervaarbaar. Dan hoef ik niet eens een ontwikkeling echt in het plot te schrijven. Samen de nacht ingaan vergroot het gevoel van de tijdelijke samenzwering. Er is een gemeenschappelijke focus, ruis wordt geëlimineerd, en zelfs als het regent is het niet erg. Er is niks verbinder dan collectieve ontbering. Als het donker wordt ben je echt op elkaar aangewezen.
En kan dat ook overdag, bijvoorbeeld in een theater?
Dit specifieke gevoel is niet te recreëren in een theaterzaal. Als we dit stuk in theaters spelen rekenen we het om naar hoe je die collectieve beleving kunt herdefiniëren. En daar hebben we allemaal praktische middelen voor: een pauze met een drankje en plasje, het zaallicht.
Hier is de code gewoon dat het kouder en donkerder wordt. Deze ervaring kan alleen hier en bij het invallen van de nacht. En ik ben daar blij mee: Q zou Q niet zijn als de nacht geen deel van de vertelling zou zijn. In de nacht komen scherpe randjes waar je niks voor hoeft te doen.
Nog een uitsmijter over de nacht dan?
Het vallen van de nacht is de kers op de gemeenschappelijke ervaring die het ritueel theater toch is.
Not Quichot is tot en met vrijdag 19 juni elke avond om 21:00 te zien op locatie 6 (Trip Hek Beton). Tickets!



