Onrust aan de Waddenkust 10: epiloog

Vijf zomers geleden zette Will voor het eerst voet op het toneeleiland. Hoe vergaat het haar nu? Zijn de zussen dichterbij elkaar gekomen? Wat is er gebeurd met Mimi en Gerko? En waar is Jack Spijkerman nu?

Mimi en haar vader Gerko leren elkaar steeds iets beter kennen. Gerko gaat naar iedere voorstelling waar Mimi in speelt, en is haar allergrootste fan – naast Will, die inmiddels het een en ander is gaan begrijpen van theater: je moet het niet willen snappen, maar simpelweg ervaren. Gerko laat, omdat hij voelt dat hij iets goed te maken heeft, een hartje onder zijn rechteroog tatoeëren, net als zijn dochter. Hij viert elk jaar met Will en Mimi carnaval in Brabantse bar-dancing Peanuts.

Wegens Mexicaans bendegeweld stort Hans’ palmbomenimperium in Yucatán in. Na zijn faillissement blijkt zijn minnares er óók een tweede, verborgen gezin op na te hebben gehouden. Hans emigreert eenzaam en berooid naar Albanië.

Jack Spijkerman gaat, geïnspireerd door het toneeleiland, terug het podium op. Omdat het toneeleiland uitnodigt tot experiment, besluit hij iets héél anders te gaan doen – hij is geen presentator meer, geen televisiepersoonlijkheid. Hij wordt acrobaat. Op het Groene Strand hangt hij jaarlijks in de trapezes. Hij krijgt vernietigende recensies van alle grote kranten maar dat maakt hem niets uit. Niemand heeft het meer over zijn overstap, in 2005, van de VARA naar Talpa.

Will en haar zusje Aleid blijven op het toneeleiland. Ze groeien steeds meer naar elkaar toe: Will kleedt zich in kleurrijke gewaden en draagt vilten hoedjes, net als Aleid, en Aleid krijgt haar financiën op orde, net als Will. Will neemt ontslag bij het Minderhouds Institute om samen met Aleid ayahuasca-ceremonies te gaan organiseren op het eiland. Het is een enorme hit. Tientallen mensen liggen wekelijks te kotsen in een duinpan, om daarna met hernieuwde inzichten hun leven radicaal om te gooien. Binnen de kortste keren verdienen Will en Aleid bakken met geld, en kopen ze het vakantiehuisje in Midsland. Ze wennen nooit aan de vertraagde kerkklokken.