Onrust aan de Waddenkust 5: Mimi’s voorstelling loopt uit de hand

In een nieuw deel van het vurige feuilleton van de Dagkrant gaat Will eindelijk naar een voorstelling van haar dochter Mimi. Maar dat loopt ongekend uit de hand.

De volgende dag gedroeg Aleid zich vreemd. Schichtig. Het was alsof een onzichtbare muur tussen de zussen in stond, en Will begreep niet hoe die was ontstaan, of hoe ze erdoorheen kon breken. In hun vakantiehuisje in Midsland stapte Aleid met grote passen om Will heen; nam ze plaats aan tafel als Will op de bank plofte; wachtte ze tot Will klaar was met koffiezetten om pas als Will verdwenen was, de keuken te betreden. Het was alsof Aleid haar grote zus het liefst wilde vermijden.

Maar Will was te moe om hier al te lang over na te denken.

Ze had slecht geslapen; de kerkklokken van het kerkje in Midsland hadden haar de nacht lang wakker gehouden. De klokken die steeds te laat, een paar minuten óver het uur, luidden.

Alsof op het toneeleiland de tijd vertraagde.

 

Na haar bijna-doodervaring op het festivalterrein was Will haar beschermer, Jack Spijkerman, uit het oog verloren. De EHBO’ers waren, gekleed in hun geelgroene reflecterende jassen, tussen haar en Jack in gaan staan, en voor ze het wist was de vermaarde televisiepersoonlijkheid verdwenen. Mimi en Aleid hadden hem niet gezien – ze hadden niets doorgehad, zo geschrokken waren ze geweest van het fonteinvormige onheil.

Will besefte, nadat ze was bijgekomen, dat ze nu toch echt naar Mimi’s voorstelling moest. Het was niet voor niets een cliché: pas als je de dood in de ogen had gekeken, wist je wat er écht toe deed in het bestaan.

Toen Will naast Aleid plaatsnam op de tribune op het strand, op de verre oostelijke punt van het eiland, was ze waarschijnlijk zenuwachtiger dan haar dochter. Ze kon zich niet herinneren wanneer ze voor het laatst naar een toneelvoorstelling was geweest. Misschien wel nooit?

De zon ging langzaam onder toen de acteurs het podium betraden.

In eerste instantie herkende ze Mimi niet eens.

Was dat haar kind?

Will was ongelooflijk onder de indruk, en omdat ze Mimi’s stappen nauwkeurig in de gaten hield, volgde ze helemaal niets van het verhaal. Toen er dus feloranje reddingsboten in de branding opdoemden, nam Will eenvoudigweg aan dat het onderdeel van de voorstelling was. Uit de donkere zee stapten groepjes doorweekte, Duitssprekende drenkelingen met verdwaasde gezichten het strand op, terwijl ze iets onverstaanbaars riepen. Zelfs toen de Duitsers zich vastklampten aan de bezoekers en smeekten om hulp, was Will nog in de veronderstelling dat dit er nu eenmaal bij hoorde. Haar buren op de tribune in het zand lachten op lichtelijk zelfvoldane wijze toen een van de Duitsers zich aan hun voeten wierp.

Het stel boog zich met een knipoog naar Will toe en fluisterde: ‘Dat is nou typisch het toneeleiland, hè. Makers zoeken hier echt de grenzen op.’

Aleid leek het allemaal ook erg vanzelfsprekend te vinden.

Will had haar ideeën van wat ‘normaal’ was allang laten varen, hoewel ze deze doorweekte Duitsers wel verdacht au naturel vond acteren. Pas toen Mimi de tribune betrad en haar riep; ‘Mam! Mam!’, drong het langzaam maar zeker tot Will door dat de doornatte Oosterburen niet bij deze toneelbewerking van Romeo en Julia hoorden.

Pas na deze realisatie hoorde Will wat de drenkelingen eigenlijk zeiden.

‘Funny girl! Funny girl!’, riepen de Duitsers in de weinige woorden Engels die ze machtig waren. ‘Funny girl!’

Het bleek de naam van de veerboot die veertien uur daarvoor ten gevolge van motorproblemen op drift was geraakt voor de kust van Helgoland. De Duitsers hadden meer dan een halve dag op open zee gedobberd.

Aleid zat onaangedaan naast Will. De onzichtbare muur stond er nog steeds. Maar hoewel het voor Will nog steeds onduidelijk was wat er precies met haar zus aan de hand was, kon ze het zich niet veroorloven er al te lang bij stil te staan. De gebeurtenissen van de dag ervoor flitsten door haar hoofd; hoe zij doorweekt op de vloer van de festivaltent lag, en hoe Jack Spijkerman zijn sterke arm uitstak om haar omhoog te helpen. Ze twijfelde geen moment. Ze trok haar fleecevest uit, wikkelde het om de Duitser aan haar voeten, en reikte hem haar hand. Zij kon iemands Jack Spijkerman zijn.