Onrust aan de Waddenkust 6: Wills liefdesleven neemt een onverwachte wending

In een nieuwe aflevering van Onrust aan de Waddenkust belandt Will wel in een heel bijzondere liefdesdriehoek. En zal ze er eindelijk achter komen wat er met haar zus Aleid aan de hand is?

 

Met trillende handen bracht Aleid Will een kopje thee. De doorweekte Duitse drenkeling, eerder die avond heldhaftig gered door Will, lag knock-out onder een laag dekens op de bank van het vakantiehuisje. Hoe dichter Aleid bij haar zus kwam, hoe heviger haar handen trilden; de jasmijnthee klotste over de randen van het servies.

‘Zusje, wat is er aan de hand?’, vroeg Will, terwijl ze haar Duitser nog net iets warmer instopte.

‘Will, ik moet je iets ongelooflijk belangrijks vertellen,’ zei Aleid met een doodernstige blik, terwijl ze Will haar kopje aanreikte. ‘Veroordeel me alsjeblieft niet.’

‘HUUU! HUUU! HUUU!’ Opeens schoot de Duitser overeind, en overviel hem een luidruchtige hoestaanval. ‘KUCH! KUCH! KUCH!’ Aleid liet van schrik haar thee vallen. Stikte hij?! Will schoot naar de Duitser toe en klopte uit alle macht op zijn rug. De man kromde zijn gehele lichaam, als een garnaal. ‘UCHE! UCHE! UCHE!’ Hij hoestte alsof zijn leven ervan afhing.

Pas nadat Will de scherven van Aleids theekopje bijeen had geveegd en de drenkeling tot bedaren was gekomen; kortom, toen de rust in het vakantiehuisje was wedergekeerd, zag Will het gezicht van de Duitser voor het eerst écht. Zijn krullende haardos; zijn volle snor. Zijn serieuze oogopslag. Er school iets bekends in zijn blik. Had Will die krullen eerder gezien? Lang geleden, misschien?

‘Entschuldigung,’ zei de Duitser. ‘Es war kalt auf dem Wasser.’

Will reikte hem haar kop thee. Aleid stond als aan de grond genageld, maar Will was haar zus vergeten. Ze had slechts oog voor de bijzondere man naast haar op de bank.

Ding dong! Het geluid van de bel klonk.

Hè? Het was 23.37, de klokken van het kerkje in Midsland hadden twee minuten eerder half twaalf geslagen; wie belde er zo laat nog aan?

Een moment later stond een oude bekende midden in de woonkamer. Zijn blonde, warrige haar, zijn lange gestalte: Jack Spijkerman betrad de vakantiewoning.

‘Will.’ Jacks ijsblauwe ogen hadden Will in het vizier. ‘Jou zocht ik.’ Jack negeerde de onderkoelde Duitser op de bank volkomen. Will keek Jack niet-begrijpend aan. ‘Voor een slordige vierhonderd euro per nacht heb ik een ruime suite in een designhotel aan het strand,’ zei Jack, ‘waar moderne luxe, wellness en natuurbeleving samensmelten. Ik lig daar in mijn King Size boxspringbed onder hoogwaardig bedlinnen; ik bestel roomservice van hoge culinaire kwaliteit; ik sta onder de regendouche en gebruik de exclusieve verzorgingsproducten van Zenology. Maar sinds ik jou heb gered van de puntige spijlen van de fonteinbar, kan ik er niet meer van genieten. Omringd door al die weelde denk ik alleen maar aan jou.’

Wills blik richtte zich op Jack Spijkerman, maar werd dan weer getrokken naar de verfomfaaide, knappe, haar vagelijk bekend voorkomende Duitser op de bank.

Ze was bijna vergeten dat haar zus zich nog in de kamer bevond, totdat die Jacks liefdesverklaring in wanhoop onderbrak: ‘Will! Ik heb je voorgelogen!’

Zal de identiteit van de Duitse drenkeling bij Will op de bank eindelijk onthuld worden? En welke leugen knaagt aan Aleid? Zullen Aleid en Will ooit nog toekomen aan het bezoeken van een voorstelling op het toneeleiland? Lees het in het vervolg van Onrust aan de Waddenkust.