Ellllll baileEeEeEeEe! Delllllll diabloOoOoO! De latina op het podium vibreerde uit volle borst. Aleid stond meteen te swingen, maar Will sloeg de kou om het hart. Het was alsof een kanonskogel haar maag verzwaarde. Ach nee, Mexico! Het door haar zo gehate land: ze ontkwam er niet aan. De Mexicaans-Amerikaanse zangeres op het podium zette het publiek in vuur en vlam, maar Will werd door de magistrale wijze waarop deze artiest rancheras, cumbia en soundtracks van melodramatische Mexicaanse soaps uit de jaren negentig combineerde, slechts teruggevoerd naar Hans’ ongelooflijke verraad. Al die tijd had haar ex-vriend beweerd lange vergaderingen te moeten bijwonen in de franchiseneming van zijn palmbomenimperium in Yucatán, maar in plaats daarvan onderhield hij in het geheim jarenlang een tweede gezin in een buitenwijk van Mexico-City. Als hij Will bij terugkomst vertelde een nieuwe deal gesloten te hebben, had hij eigenlijk met zijn buitenechtelijke kinderen de Meso-Amerikaanse piramides van de verloren gegane stad Teotihuacan bezocht. Hans. Wat was het toch een ongelooflijke –
‘Mam!’
Will draaide zich om en zag haar dochter Mimi staan. O jee, ook dat nog, dacht ze. Ze hield natuurlijk zielsveel van Mimi, dat was het niet. Maar wat was er gebeurd met dat lieve, rustige meisje, dat het liefst als prinsesje gekleed naar de kleuterschool ging? Het blonde kind dat zo graag de lippenstift en hakken van haar moeder droeg? Inmiddels stond hier een vrouw die Will bijna niet herkende, met lichtblauw, gemillimeterd haar, een neuspiercing en een hartje onder haar rechteroog getatoeëerd. Ach, wat zonde kind, had Will zich laten ontvallen toen Mimi voor het eerst met haar nieuwe tatoeage haar ouderlijk huis binnenstapte. Mimi had uit woede onmiddellijk rechtsomkeert gemaakt. Maar op dit festival leek haar dochter vrolijk en onbezorgd, alsof de verschillen tussen haar en haar moeder op dit eiland eenvoudiger te overbruggen waren.
‘Kom mee!’ Mimi trok aan Wills arm, Aleid volgde, en voor ze het wist stond Will met haar dochter en zus in een overvolle tent bij een klein podium, waarop een meisje met een hoog opgetrokken roze string en veterlaarzen zong:
PUSSY!
EAT IT!
SUPER!
JUICY!
Verstond Will dit nou goed? Iedereen danste alsof deze songtekst hartstikke normaal was. Mimi sprong op en neer. Aleid gooide haar armen in de lucht.
‘Girls to the front!’ riep het meisje in de roze onderbroek. ‘Mosj pit!’
Mimi trok haar moeder mee. Will probeerde te protesteren, maar de bassen die uit de speakers stuiterden maakten haar dat onmogelijk. Opeens stond ze midden in een menigte stoeiende vrouwen, die breeduit lachend tegen elkaar op botsten. Will kon niet anders dan zich eraan overgeven. Aan het eind van het nummer joelde en applaudisseerde jong en oud alsof het een lieve lust was.
Terwijl om haar heen luidruchtig ‘We want more!’ werd gescandeerd, trok iets in Wills ooghoek haar aandacht. Wacht even. Was dat…?
Ze wurmde zich uit de menigte om de mysterieuze figuur van dichterbij te bekijken.
Ja, het was hem echt!
Wills hart racete.
Zijn jongensachtige voorkomen.
Zijn blonde, warrige haar.
Geen twijfel over mogelijk. Hier stond Jack Spijkerman.
O, wat was ze fan geweest.
Ze had hem, eind jaren negentig, eens gezien. In de Praxis. Hij knikte haar toe. Altijd als iemand Kopspijkers noemde, vertelde ze die anekdote – of kon je het een anekdote noemen? Het ging zo: ‘Jack Spijkerman! Ik zag hem eens in de Praxis. Hij knikte me toe.’ Iedere keer dacht ze weer: ik had een grapje kunnen maken over spijkers en de bouwmarkt. Maar wat voor grapje precies? Ze kwam er niet op. Ze was een van de weinigen geweest die hem zijn overstap van de VARA naar Talpa, volgens sommigen een opportunistische knieval voor het grote geld, onmiddellijk had vergeven.
Nadat Jack van de buis verdween, vertelde Will haar Praxis-verhaal steeds minder vaak. Toch bleef hij voor haar een icoon.
En nu!
Nu stond hij hier, toevallig, aan de bar van deze festivaltent, met een Leffe Blond in zijn hand.
Moest ze op hem af? Durfde ze dat zomaar?
Maar voordat ze kon besluiten wat ze zou doen, hoorde ze iemand haar naam gillen.
‘Will! Will! Pas op!’




